courgetteEncommunicatie

Camembert: het Franse gevoel voor 1 euro?

november 12, 2009 · Laat een reactie achter

Hoe geef je Nederlanders het gevoel dat ze echt in Frankrijk zijn? Het antwoord op deze vraag is vrij eenvoudig: geef ze kaas. In de jaren dat ik voor groepen Nederlanders kookte was  één van de succesnummers het kaasplankje met bijbehorende wijnen. Franser kan het niet. Kaas en wijn zijn de symbolen waarmee je het ultieme “La Douce France” gevoel oproept.  Terug in Nederland kan je dit Frankrijk gevoel weer gemakkelijk terugbrengen. Niet alleen zijn veel Franse kazen en wijnen gewoon in Nederland te koop. Het kan ook steeds goedkoper.

Een vergelijking tussen de supermarkten

Neem camembert. De beroemdste onder de Franse kazen. Altijd is hij aanwezig op het kaasplankje. Het is een fijne kaas om de proeverij mee te beginnen omdat hij geen uitgesproken smaak heeft. Een aantal jaren geleden betaalde je stevig voor deze beroemde kaas. Ja, hij heeft status en daar betaal je voor. Onlangs viel mij op dat er aan de pijlers van zijn status wordt geschud. In diverse supermarkten wordt  camembert aangeboden voor 1 euro.

Als foody trekt het mijn interesse en tegelijkertijd wekt het ook argwaan. Goedkope kaas ziet er uit als kaas maar het ontbreekt vaak aan smaak. Nu ben ik geen snob die alleen de duurste producten kiest omdat dit per definitie de beste zou zijn. Maar één euro? Ik zal niet opmerkelijk enthousiast worden bij de eerste bite. Wat kan je verwachten van een kaas die voor die prijs geproduceerd, verpakt en vervoert is naar jouw supermarkt? Het is dan ook niet terecht om ‘m te vergelijken met de andere camemberts die er naast liggen.

Wat het interessant maakt, is een vergelijking tussen de 1 euro camemberts onderling. Is er verschil in smaak? Ik onderwierp de kazen aan een smaaktest en kwam tot de conclusie dat er zeker verschil is. Voordat ik hier op in ga, eerst de vraag: wat maakt een camembert een camembert?

Wat is camembert?

De oorsprong van camembert ligt in het gelijknamige dorp in Normandië (Frankrijk). Het heeft in de loop van de jaren de twijfelachtige reputatie opgebouwd van meest gekopieerde kaas.

Camembert is een jonge,  zachte crèmekleurige kaas met een witte schimmelkorst. De kaas heeft een vaste structuur (het “loopt” niet) en een lichte schimmelgeur. Camembert wordt gemaakt van rauwmelkse kaas en rijpt in ongeveer twee weken. Echter, er wordt voor de meeste kazen tegenwoordig gepasteuriseerde melk gebruikt.

In tegenstelling tot veel kazen die meer dan 10 kilo kunnen wegen en waar je een stuk van afsnijd, wordt camembert per stuk verkocht. Een stuk weegt 250 gram en traditioneel verpakt in een rond, houten kistje.

Welke budgetmerken liggen er in de supermarkt?

Welke van de varianten is nu het best te genieten als je weinig wil of kan besteden aan kaas? In de Nederlandse supermarkten trof ik vier merken aan:
Ambassador  (Albert Heijn)
Saint Benoit (Coop, Jumbo, Plus etc.)
Camembert (Super De Boer, C1000)
Le Chêne d’ Argent  (Lidl)

Als alleen ik de kazen zou gaan proeven, kun je nauwelijks spreken van een evenwichtig oordeel. Tel daarbij op dat samen proeven gezelliger is. Daarom schreef ik eerder een oproep om met mij deze camemberts te proeven en te beoordelen. En wat mij verbaasde: niemand reageerde!
Was het twijfel? Was het tijdgebrek? Helaas kom ik het niet te weten. Ik liet mij daardoor niet afwijken van mijn koers. Een mail naar een vriendin die professioneel kookt en dus wat smaken gewend is leverde de tweede proever op. Samen hebben we de één euro camemberts aan de test onderworpen.

Het proeven van de 1 euro camembert kazen

Om te beginnen werden de aangekochte camemberts een uur voor de test uit de koelkast gehaald om op kamertemperatuur te komen. De smaak komt zo beter tot zijn recht. Elke kaas werd in zijn oorspronkelijke verpakking op de tafel gezet. Het etiket kan daarmee in de beoordeling worden meegenomen. Het blijft een blinde proeverij omdat op het etiket geen verwijzingen naar de bezochte supermarkt staan. Elke kaas kreeg een letter (A/B/C/D)  waardoor later duidelijk is bij welke supermarkt de kaas gekocht is. Om onze smaak tussen het proeven te neutraliseren aten we, als echte Fransen, stokbrood.

Wij hebben de camemberts beoordeeld op de volgende punten. Inspiratie kwam uit  de theoriekaart buitenlandse kazen van Horeca Nederland (pdf)

Zien:
Indruk van de verpakking
Indruk van de kaas zelf
Herkomst van de kaas. Komt de camembert uit Normandië of een andere Franse regio? Of  zelfs uit een ander land?
Ruiken:
Neem ik een friszure/schimmelige geur waar?
Voelen:
Is de kaas hard of geeft het mee als je er zacht op drukt?
Proeven:
Zacht en soepel?
Romig?
Friszuur?
Gebruiken:
Waar is deze kaas het meest geschikt voor?
In volgorde van hoog naar lage kwaliteit: kaasplankje / beleg op broodje /saus .

Welke camembert willen wij nog eens eten (en welke niet)?

Over welke het best en welk het slechts was, waren we het allebei eens. De beste was Ambassador (Albert Heijn)  en het slechts was Camembert (Super De Boer , C1000 ). Over Saint Benoit (Coop, Jumbo, Plus etc.) en Le Chêne d’ Argent (Lidl) verschilden wij van mening. Mijn voorkeur gaat uit naar Le Chêne d’ Argent. Ik houd niet van smeerkaas dat zich camembert noemt (St. Benoit). Liefhebbers van smeerkaas als La Vache Qui Rit zullen deze kaas niet waarderen vanwege zijn uitgesproken smaak. Mijn medeproever vond de geur van deze camembert prettig en tegelijkertijd is ze van mening dat het geen camembert is. Le Chêne d’ Argent vindt ze een matige camembert. Een onderscheidende nummer twee en drie is er uiteindelijk niet gekomen. Een overzicht van de beste en minste één euro camemberts is geworden:

Top 4
1. Ambassador  (Albert Heijn)
2. Le Chêne d’Argent. (Lidl)
3. Saint Benoit (Coop, Jumbo, Plus etc.)
4. Camembert (Super De Boer, C1000)

Camembert Ambassador verkrijgbaar bij Albert Heijn

Camembert "Ambassador" verkrijgbaar bij Albert Heijn

Ambassador  (Albert Heijn) Deze komt uit Normandië. De wikkel heeft rode ruitjes wat je doet denken aan een ander Frans icoon: Brigit Bardot. De korst van deze camembert is ruwe korst en geeft niet mee. Wanneer je hem voor eerst ruikt, geeft hij nauwelijks geur af. Als je vervolgens de geur intens  opsnuift, krijg je een frisse geur die schimmelig is.Hiermee ruikt hij van de vier het meest naar camembert. De kaas zelf is stevig en waarschijnlijk heel jong. De korst is droog van smaak. De kaas is zacht, romig en lichtzuur op de tong. Je kan hem voor de kaasplank gebruiken.

1 euro camembert Le Chêne d'argent van Lidl

Camembert "Le Chêne d' Argent" verkrijgbaar bij Lidl

Le Chêne d’ Argent (Lidl) Herkomst hier is ook Normandië. Als enige is deze camembert verpakt in een “houten” kistje. De afbeelding van een wapen omringt door leeuwen moeten authenticiteit oproepen. Het suggereert dat de kaas een lange geschiedenis heeft. Wanneer je de kaas uitpakt, komt er nauwelijks geur op je af. Er aan ruiken doet je ver weg denken aan jonge gras. De kaas zelf is stevig en veert nauwelijks mee. De structuur van de korst is glad en dik. Het is daarmee de dikste van de vier. De smaak is aangenaam, iets boterig en nauwelijks zuur. De dikke korst voegt niets toe aan de smaak. De camembert is droog zodat iets nodig heeft wanneer je ‘m serveert. Daarmee is hij geschikt voor een sandwich waarbij je pruimengelei serveert.

Camembert Saint Benoit verkrijgbaar bij Coop Plus en Jumbo supermarkt

Camembert "Saint Benoit" verkrijgbaar bij Coop, Plus en Jumbo

Saint Benoit (Coop, Jumbo, Plus, etc.) Ook deze camembert komt uit Normandië. Op de wikkel is een “ouderwets” Frans dorpsgezicht afgebeeld. Het wil hiermee verwijzen naar het verlangen naar oude tijden, toen alles nog “echt” en overzichtelijk was. Verwijder je de wikkel, dan valt op dat deze camembert de enige is met een ruitstructuur. Het wekt hiermee de indruk dat het in een mand gezeten heeft. Is een teken van “ambachtelijkheid”, van “echt”? Deze kaas heeft een zoetje in de geur waardoor wij gaan twijfelen of dit wel een camembert is. De kaas is zacht en veert gemakkelijk mee wanneer we erop drukken. Als we hem aansnijden, “loopt” hij. We denken dat deze kaas al wat ouder is. Een eerste hap is even doorbijten. Deze kaas geeft zich in eerste instantie niet gewonnen. Een volgende hap bevalt beter. Door zijn zachte structuur is deze kaas geschikt voor een kaasfondue.

Camembert "camembert" verkrijgbaar bij Super De Boer en C1000

Camembert "Camembert" verkrijgbaar bij Super De Boer en C1000

Camembert (Super De Boer, C1000)
Dit is de enige camembert in de test die niet uit Normandië komt. Het etiket noemt Poitou Charentes, een regio aan de Franse westkust ten noorden van de Dordogne. Ook hier een wapen op het etiket. Dit maal met een kasteeltoren. Veel Franse steden aan de westkust verwijzen naar hun “Bastide” verleden. Het waren versterkte steden met een aantal voorrechten.
Deze exclusiviteit komt niet terug in de kaas. Wanneer je de wikkel verwijdert, komt er een sterke geur vrij. Het lijkt erop of deze kaas behandeld is. Mijn medeproever denkt dat het ammoniak is. Het is niet het zuur dat wij willen ruiken. De kaas is zacht en veert makkelijk mee. De korst is grof van structuur en dun. Om de kaas te proeven, verwijderen wij de korst. We proeven de kaas. Nu ja, kaas? Smeerkaas dat is wat het is. Het wordt er niet beter. Er blijft na de eerste hap een vervelende nasmaak achter. Gelukkig ligt er stokbrood in de buurt om de smaak terug te dringen. Deze camembert zou het best in een saus verwerkt kunnen worden. Voeg er dan wel een andere kaas aan toe die deze smaak in evenwicht kan brengen.

Goedkope Franse kaas kan (als je geen snob bent)

Elke Nederlandse supermarkt heeft een camembert liggen. Sommige voeren zelfs diverse  merken. Opvallend is de aanwezigheid van een budgetvariant die slechts 1 euro kost. Eerst ging ik ervan uit dat ze alleen bij discounters als Lidl verkrijgbaar zijn. Om hiermee te willen aantonen dat ze de goedkoopste zijn. Met de hevige concurrentiestrijd tussen de supermarkten, kan je nu ook in de reguliere supermarkten een één euro camembert krijgen. Deze ontwikkeling betekent dat statusvoedsel bereikbaar wordt voor iedereen.

Je zou verwachten dat alle camemberts een vergelijkbare smaak hebben. Het zijn allemaal fabriekskazen. Dat is niet zo. Inderdaad, de ene is nog het meest geschikt om te verwerken in een saus. De andere kan best op een kaasplankje. Alleen als je je niet geneert voor de matige smaak. Misschien wil je juist indruk met jouw kennis van statusproducten voor een bodemprijs (een ontwikkeling in foody land)?

Ook wanneer je CourgetteEnCommunicatie niet regelmatig bezoekt, kan je gemakkelijk op de hoogte blijven van mijn nieuwste artikelen via email of via jouw (RSS) reader

Heb je opmerkingen, aanvullingen of gewoon wat te zeggen? Plaats jouw commentaar onder het artikel.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , ,

Uitnodiging

september 10, 2009 · Laat een reactie achter

Wat kan ik doen als ik een product, laten we zeggen kaas, wil beoordelen maar het is helemaal ingepakt? De criteria die ik eerder gebruikte zoals voelen en ruiken zijn kansloos.

Hoe kan ik de kaas beoordelen als hij in een doosje zit?

Ik sta in een supermarkt en de “houten” verpakking geeft je geen mogelijkheid om de kaas eens fijn te inspecteren. Aan het kaasmeisje vragen of je een stukje mag proeven zal niet gaan. Ze zal antwoorden dat ze die aangebroken verpakking vervolgens niet meer kan verkopen.

In mijn eerdere artikelen beschrijf ik, aan de hand van wat ik zie liggen op de markt, hoe je de beste bloemkool of sperziebonen herkent en hoe je ze het best kookt. Vervolgens vertel ik over mijn zoektocht naar bereidingswijzen anders dan mijn jeugdherinneringen. Dat is ook mijn plan met kaas. Op de markt kan je de kaas proeven en ruiken. In de supermarkt veelal niet en zal je moeten afgaan op de verpakking. Ook ik lees hier vreemde, nietszeggende woorden op het etiket.

Het voordeel van mijn  bloglezers

Schrijven voor internet heeft een voordeel die kranten of tijdschriften niet hebben. Als schrijver en lezer is het veel gemakkelijker direct contact met elkaar leggen. Het begint al met een lezer die zijn commentaar onder een artikel plaatst. De schrijver kan er gelijk op reageren. En niet alleen de schrijver ook andere lezers kunnen zich in het gesprek mengen. Deze vorm komt op CourgetteEncommunicatie nog weinig voor. Ik beleef veel plezier aan de zoektochten, het blijft toch een one man’s journey. En daar wil ik verandering in brengen.

In het assortiment kazen van verschillende supermarkten viel mij dit op. Van de populairste Franse kaas zijn diverse merken te koop die per supermarkt verschillen in prijs. Echter ze hebben allemaal een camembert die slechts 1 euro kost. Ik vroeg mij hierbij niet alleen af of deze dan ook goedkoop smaakt. Interessanter vind ik of er een verschil te proeven is tussen de 1 euro camembert van bijvoorbeeld Albert Heijn en Super De Boer.  Ruiken, voelen en proeven is ook hier niet mogelijk. Elke kaas is zorgvuldig verpakt. Om tot een goed oordeel te komen, zal je elk merk moet kopen en proeven. En daar nodig ik jullie voor uit. Wil je meedoen, reageer in het commentaar onderaan dit artikel.

Update: Jammer, de proeverij is er inmiddels geweest. Je kan je niet meer aanmelden.  In het volgende artikel lees je welke camembert het best en welke het slechtst werden beoordeeld.  Een nieuwe proefsessie zal ik hier aankondigen. Ik hoop dat je dan reageert.

Ook wanneer je CourgetteEnCommunicatie niet regelmatig bezoekt, kan je gemakkelijk op de hoogte blijven van mijn nieuwste artikelen via email of via jouw (RSS) reader

Heb je opmerkingen, aanvullingen of gewoon wat te zeggen? Plaats jouw commentaar onder het artikel.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , ,

Laat de nieuwe SpecialBite.com jou makkelijk restaurants vinden?

augustus 26, 2009 · Laat een reactie achter

Als je tegenwoordig door een vreemde stad dwaalt en daarna uit eten wil, dan is het niet nodig om te blijven dwalen. Ten minste als je vooraf wat onderzoek hebt gedaan. Zowel online als op papier zijn er mogelijkheden die je naar het juiste restaurant gidsen.

zo zag de oude SpecialBite er uit

zo zag de oude SpecialBite er uit

Eerder beschreef ik dat er op de Nederlandse markt drie gidsen in de boekhandel liggen die daarmee kunnen helpen: Iens, SpecialBite en Lekker. Iens wil alle restaurants beschrijven en beoordelen. SpecialBite maakt een selectie en let behalve op goed eten ook op interieur en locatie. Lekker, ten slotte, beoordeelt restaurants aan de hand van hoge standaard en vergelijkt zich graag met de Michelingids. Alle drie zijn ze ook op internet actief en ik concludeerde dat ze kansen lieten liggen. Onlangs heeft SpecialBite zijn nieuwe site gelanceerd. Is het een verbetering?

Doet de nieuwe vormgeving wat het moet doen?

Tik specialbite.com in en de site laadt redelijk snel. Wat als eerste opvalt is dat hij  is opgezet in stijlvol zwart &wit met roze (magenta) accenten. Een hele verbetering in vergelijking met het roze en aubergine die de vorige versie domineerden. Het leest prettig en de mooie foto’s lijken net alsof ze uit een tijdschrift komen. Ook de carrousel met hoogtepunten, die je tegenwoordig op veel sites ziet, ontbreekt niet.

een indruk van de vernieuwde SpecialBite

een indruk van de vernieuwde SpecialBite

De website bestaat uit twee kolommen. Links lees je de eerste regels van wat restaurantrecensies en rechts de inleiding van het recente blogartikel gevolgd door advertenties. Klik op een willekeurige recensie en op de volgende pagina verschijnt links de beschrijving en rechts de feitelijke informatie. De schrijfstijl van de recensies is prettig en professioneel. Naast het adres en de openingstijden staat rechts ook de datum waarop het restaurant “gespot” is en wanneer er een “recheck” plaats vond. Wat het makkelijk maakt om de actualiteit te bepalen.

Het nieuwe uiterlijk is een hele verbetering. Tegelijkertijd vraagt alles om mijn aandacht. Dat komt omdat alle onderdelen even groot zijn. En dezelfde glossy uitstraling heeft. Het kan eenvoudigweg opgelost worden door een hiërarchie aan te brengen van belangrijke tot minder belangrijke elementen. Wat moeten mijn bezoekers als eerste zien? Maak dat groter of versterk de kleur. De andere onderdelen maak je kleiner of geef je een subtielere kleur. Ook zou ik een duidelijk onderscheid tussen redactioneel en advertenties waarderen. De advertenties trekken door hun grootte veel aandacht. Waarom in de rechterkolom het blog in een grijze steunkleur eruit springt is mij niet duidelijk.

Als bezoekers op een site belanden, willen ze snel weten wat ze er mee kunnen. En hier kiest SpecialBite er voor om zijn eigen introductie in een kleine lettergrootte rechts te plaatsen. Terwijl links onder het logo veel logischer lijkt.

Het oordeel over een restaurant wordt niet meer gegeven door anoniem. Zijn naam is Karel

Wie de restaurants voor SpecialBite bezocht was nooit duidelijk. De spotters, zo worden de beoordeelaars genoemd,  waren “mensen die van goed eten houden en daar een mening over hebben”. Op de nieuwe site hebben ze een identiteit gekregen.
Al op de homepage staat onder elke recensie de naam van een spotter die dit restaurant “very special” vond. Van elk van hen is een kort portret te vinden waarin ze aangeven wat hun smaak is en welke restaurants ze beoordeeld hebben. Het worden daardoor echte mensen en lijkt het alsof je ze kent. Daarnaast zijn er “members”. Iedereen kan member worden en onder de recensie aangeven of zij de mening delen.

Nu de spotters een naam hebben gekregen, kunnen bezoekers hen makkelijker volgen. “Ik waardeer de mening van Karel, omdat ik zijn smaak deel”. Als meer mensen dat vinden, stijgt de status van Karel binnen de spotters. Dit is wat ik eerder signaleerde: waar voorheen mensen zich een status aannamen met dure merken, zie je nu dat ze het aantal recensies, commentaren en reacties gebruiken om status op te bouwen. Het past daarbij ook bij de doelgroep die SpecialBite nastreeft: kritische hoogopgeleide restaurantbezoekers van rond de 35 jaar. Ze zijn ambitieus en willen graag  aan de wereld laten zien dat ze verstand van eten hebben. In een spotter profiel lees ik: “het leven betekent voor mij genieten, maar ook aanpakken”. Als restaurantcritici zijn spotters waardevol. Je zou ze moeten koesteren. Waarom staat de oproep “Wordt zelf spotter” in de rechterkolom niet boven aan in plaats van onderaan zoals nu?

Zoeken en vinden van recensies op SpecialBite

De restaurants die bezocht en beoordeeld zijn, vormen het hart van SpecialBite. De zorg dat de recensies gemakkelijk gevonden worden, is dan ook een belangrijke taak. Veel sites ontvangen het grootste deel van hun bezoekers via een zoekmachine. Recensies zullen hoog in de zoekresultaten moeten voorkomen om bezoekers aan te trekken. En dat was niet gemakkelijk. Voornaamste oorzaak was het ontbreken van een uniek adres voor elke pagina. Google kan ze zo makkelijk herkennen en toegankelijk maken in zijn zoekmachine. In mijn eerdere artikel gebruikte ik restaurant Deeg als voorbeeld en zag dat Iens.nl en Dinnersite.nl verreweg beter scoorden. Helaas is dit restaurant niet meer ‘special’. Als alternatief kies ik restaurant Badhu en zoek in Google op “restaurant Badhu recensie”. In de zoekresultaten scoort SpecialBite nu als beste, nog voor smulweb.nl en Iens.nl.

De zoekfunctie op de site zelf heeft ook een verbetering ondergaan. Met de zoekbalk links op de homepage zoek je direct op een recensie. Over Lemonia, bijvoorbeeld. Of op plaats: Arnhem. Om gericht te zoeken is er de mogelijkheid “uitgebreid zoeken”. Naast het zoeken en verfijnen met behulp van diverse criteria als provincie, soort keuken en prijs zijn er ook andere mogelijkheden. Zo wijst “vinden op vijf manieren” mij op de mogelijkheid om door te klikken naar hoogst gewaardeerde restaurant door de spotters. De link “New & Hot” verwijst naar restaurants die onlangs zijn geopend, bezocht en beoordeeld.

Zoeken en vinden is één. De resultaten relevant vinden en kunnen gebruiken is twee. Terwijl ik zo een aantal zoekopdrachten als test invoerde, diverse opties gebruikte, kwam ik op de resultaten uit. Daar merkte ik iets op. Een aantal resultaten wekte mijn interesse. Op zoek naar adresgegevens miste ik de Google maps optie die in de oude versie nog wel aanwezig was. Veel later ontdekte ik dat deze niet verdwenen was. De link heeft een nieuwe plaats gekregen.  In lichtgrijs staat hij nu onder de foto van het restaurant. Nogal ongebruikelijk. Bezoekers verwachten de kaart bij de adresgegevens te vinden. Zet hem daar dan ook.

Ga ik voor een recensie altijd naar SpecialBite (of: meer terugkerende bezoekers)?

Elke site streeft er niet alleen naar om bezoekers te trekken maar ze ook te laten terugkomen. Dat gebeurt niet vanzelf. Bezoekers moeten er een reden voor krijgen. Het bieden van bijzondere content kan zo’n reden zijn. In de oude versie bood SpecialBite recensies en een nieuwsbrief aan. In de huidig versie zijn daar een blog en een shop bijgekomen. Dat elke dag bezoekers even naar een site komen om te zien of er nieuws is, is een droom. Om de band met jouw bezoekers te verstevigen kan je een aantal mogelijkheden aanbieden om ze op de hoogte te houden. Bovenaan zie ik dat SpecialBite mij deze mogelijkheid geeft door middel van RSS en Twitter. Waar is de nieuwsbrief gebleven? Nog steeds is email een veel gebruikt middel om op de hoogte te blijven. Is de nieuwsbrief met de redesign aan de kant gezet? Goed zoeken en je zal hem vinden helemaal onderaan naast de links naar de webshop. Opmerkelijk om de nieuwsbrief hier te plaatsen. Bezoekers verwachten hem niet hier. Verplaats hem naast RSS en Twitter. Tenzij de nieuwsbrief een actiefolder is om nieuwe artikelen uit de shop aan te prijzen.

Altijd bereikbaar, overal raadpleegbaar is een andere manier om steeds terugkerende bezoekers te garanderen. Gezien de content van SpecialBite uitermate geschikt. Behalve een papieren editie en een  site ook de mogelijkheid geven om de informatie op mobiel op te vragen. Op het moment dat de oude versie nog draaide, had SpecialBite er ook een voor mobiel. Het was wat beperkt, de mogelijkheid was er. Nu de nieuwe site is gelanceerd, zie ik nergens de vermelding dat ze ook mobiel te raadplegen zijn. Ik nam aan dat deze, net als de verouderde site, op zwart is gezet. Echter via Google merk ik dat de mobiele site nog steeds operationeel is. Volgens de toekomstplannen heeft mobiel niet de prioriteit. Het uitbouwen en makkelijker maken om de restaurantrecensies overal te raadplegen voor een doelgroep die kapitaalkrachtig en bijzonder digitaal is, staat niet hoog op de to-do list. Daar staan de introductie van reizen en het aanbieden van keukengadgets.

En dan nu de belangrijkste vraag

De vraag is: is de vernieuwde site van SpecialBite een verbetering ten opzicht van de vorige? Waren het voorheen anonieme oordelen over restaurants en was de vormgeving wat sleets, nu is Specialbite ontwikkeld tot plaats waar herkenbare mensen recensies schrijven en meningen uitwisselen. Er is ook een blog en een shop aan toegevoegd. Niet zo verwonderlijk sinds SpecialBite onderdeel is geworden van een concern waarin ook een van Nederlands grootste kookboekenuitgevers is ondergebracht (Kosmos). In de toekomst gaat SpecialBite naast boeken ook reizen en keukengadgets aanbieden. En daarmee kiest het voor verbreding en niet voor verdieping. Met de verbreding komen ze op een drukke markt waar ook Elle Eten, Delicious en Living zich bevinden. Wanneer ze gekozen hadden voor verdieping waren ze dichterbij zichzelf gebleven: het wijzen op leuke en bijzondere restaurants. En daarin het zijn gebruikers nog makkelijker maken. Op de site als op mobiel. Wanneer je alleen een goed restaurant zoekt kun je beter bij de papieren editie blijven. Zoek je meer lifestyle, dan is de vernieuwde site jouw keuze.

Dit artikel verscheen eerder in een gewijzigde vorm op frankwatching

Ook wanneer je CourgetteEnCommunicatie niet regelmatig bezoekt, kan je gemakkelijk op de hoogte blijven van mijn nieuwste artikelen via email of via jouw (RSS) reader

Heb je opmerkingen, aanvullingen of gewoon wat te zeggen? Plaats jouw commentaar onder het artikel.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , ,

Hoe kan je Nederlandse kersen nog meer gebruiken behalve in jam?

augustus 14, 2009 · 1 Reactie

Elke zomer herinneren kersen mij aan mijn jeugd en elke keer lees ik alleen maar recepten voor kersenjam. Hoe ik op zoek ging naar andere bereidingen.

kersen op de markt

foto door Cathare

Een marktkoopman zei mij eens dat het met de Hollandse kersen zo’n beetje afgelopen is. Vroeg in juni wanneer de eerste kersen verkrijgbaar zijn, zal de herkomst Griekenland, Spanje of Turkije zijn. Het zachte vlees en de zoete smaak waar je op hoopt, zal je nog niet proeven. Dat er al (Europese) kersen zijn, is een teken dat de zomer heel dichtbij is. Ik bewaar mijn geduld. Niet tot de rijpe oogst uit de Méditerranée binnenkomt. Ik wacht tot de Nederlandse kersen aangeboden worden.

In de wereld van de wereld van de food addicts is al langer ontwikkeling aan de gang waarbij gekozen wordt voor nationaal geproduceerde groente en fruit. Sommigen gaan daar nog verder in en houden als aankoopcriteria aan dat hun groente en fruit zowel lokaal (uit eigen regio) als biologische moeten zijn.   Groente & fruit uit Nederland en in het seizoen hebben mijn voorkeur wanneer ik op de markt ben. Het zijn niet de enige twee uitgangspunten om te wachten tot ik de Nederlandse kersen zie liggen. Ik ben namelijk opgegroeid dichtbij de Betuwe.

Kersen herinneren mij aan vroeger

De Betuwe is verantwoordelijk voor het overgrote deel van de Nederlandse kersenoogst. Tijdens de oogst is het druk in de vele boomgaarden. Kersen groeien hoog in de bomen en kunnen alleen met de hand geplukt worden. Een teler heeft nogal wat mensen nodig om de kersen binnen te halen. Ik begrijp de marktkoopman als hij vertelt dat het met de Hollandse kers afloopt.
Grote schoolborden langs de provinciale weg (pdf) herinner ik mij, als wij met de auto onderweg  waren naar familie. “Kersen te koop” las ik. De eerste pluk was binnengehaald. Onder de bomen verschenen eenvoudige kraampjes waar de kersen waren uitgestort.  Enkele verkooppunten zijn uitgegroeid tot een boerderijwinkeltje waar ook verwerkte kersen te koop zijn. Veelal  jam in hergebruikte glas met handgeschreven etiketten.

Nog steeds worden van Nederlandse kersen vooral jam gemaakt

Veel kersenboomgaarden zijn verdwenen. Dat betekent niet dat  Nederlandse kersen mijn jeugdherinnering zijn geworden. Ik lees dat door de ontwikkeling van laagstammen, de kersen niet meer zo hoog groeien en daardoor makkelijker te oogsten zijn. De productiemethode mag dan wel gemoderniseerd zijn, de wijze waarop wij kersen eten is nog steeds traditioneel. Veel kersen worden uit de hand gegeten of tot jam verwerkt. Dat is wat ik lees in kookboeken en foodblogs.   Er moet toch meer mee te doen zijn? Wanneer ik het buitenland ben, is dat waar ik nieuwsgierig naar ben.

En daarna gebruikt voor taarten

Als er van vruchten jam, gemaakt kan worden, betekent dat vaak ook dat het geschikt is als vulling voor een taart. Mijn eerste inspiratie en dat zal je niet verbazen als je mijn eerdere zoektochten gelezen hebt, haal ik uit Frankrijk . Koken voor een groep Nederlanders betekent ook dat je het brood voor het ontbijt verzorgt. En nee, dat heb je niet de vorige dag bij de Hypermarché meegenomen. Ze zouden de hoeveelheid waarschijnlijk niet eens kunnen leveren. Dus sta je ’s ochtends vroeg bij de lokale bakker om jouw bestelling op te halen. Terwijl je wacht tot het omaatje haar pain heeft, kijk je rond en zie je het aanbod in zoetigheid (patisserie). Wat er ook aangeboden wordt, er is altijd de keuze tussen kersen of abrikozen. Zoals er in Nederland altijd aardbei of appel is. Clafoutis zul je in veel gevallen ook zien liggen. Deze taart lijkt nog wel het meest op een te dikke pannenkoek. Traditioneel gevuld met ongepitte kersen. “Waarschijnlijk gebakken door een ongeduldige taartenmaker die geen zin had om de pitten uit de kersen te halen” zou de klant denken die deze taart niet kent . Niets is minder waar. Wanneer je de pit verwijderd, wordt de kers tijdens de rest van de bereiding week en verliest daardoor smaak. Gemak is ook zoiets dus worden de kersen in de clafoutis tegenwoordig ontpit.

Voordat je gaat koken: waar let je op als je kersen koopt?

Behalve dat een clafoutis goed smaakt, moet hij er ook mooi (lekker) uit zien. Een taart gevuld met zichtbaar overrijpe kersen maakt niet dat je er er in wil bijten.  Ze hebben duidelijk hun beste tijd gehad: te zacht en er zijn kleine bruine plekken ontstaan op de paarse schil. Goede kersen inkopen, waar let je op?

De zachte vrucht met een harde pit in de kern heeft zijn seizoen van juni tot en met augustus. In kleur kan hij variëren van doorzichtig geel/groen naar dieprood tot het donkerste paars.
De kleurverschillen geven ook de smaak: van heel zoet tot zeer bitter. De zoete kers kan je gelijk eten, de zure wordt gebruikt om te koken. Waar let je op bij aankoop als je voor een drukke kraam staat en je nog niet aan de beurt bent? Als eerste bekijk je of de vruchten nog aan een steeltje zitten. Dat wijst erop dat ze vers zijn. Worden ze steelloos aangeboden dan kan dat betekenen dat ze oud zijn en waarschijnlijk rot. Daarna beoordeel je of de kersen onbeschadigd zijn en een glanzende, bijna “vette” schil hebben. Is dat het geval, dan kun je er van uitgaan dat ze goed zijn. Ik proef vervolgens of ik ze lekker vind. Wanneer ik thuiskom, leg ik de kersen op een schaal in de koelkast. Ze zullen enkele dagen goed blijven. Wanneer je ze gaat eten, haal ze tijdig uit de koelkast zodat ze op kamertemperatuur kunnen komen.

Hoe de Fransen mij leerden kersen te bereiden (in een salade, bijvoorbeeld)

Hoewel ik bij de bakker mijn ogen uitkijk naar de patisserie en ook elk bijzonder ogende taartje wil proberen, heeft het taarten bakken mij nooit gegrepen. Misschien omdat ik niet zo van de desserts ben. Gelukkig ontdekte ik dat de Fransen ook andere bereidingen met kersen hebben.

De zoete smaak van kersen gaat heel goed samen met de rijke smaak van eend. Na een warme dag zaten we op het terras van een restaurantje. Vandaag was het onze vrije dag. Geen veeleisende fietsers, waar ik voor kook. Wij bevonden ons nabij het centrum van een dorp, ver weg van de camping.  Rustig bekeek ik het menu wilde geïnspireerd worden . Op de kaart zag ik een salade van eend met kersen. Dat gaat het worden. Eigenlijk zo vanzelfsprekend. In Frankrijk worden zoveel eenden gefokt. En is er in het seizoen een overvloed aan kersen.  Op een gegeven moment moet er iemand gedacht hebben: “waarom combineer ik die twee niet eens?”. Het bleek een geweldig idee.

Toen mijn bestelling geserveerd werd, lag er op mijn bord een eenvoudige gemengde salade met fijn gesneden biet daarop plakjes kort gebakken eendenborst, hele kersen (ontpit!) besprekeld met een eenvoudige dressing. De kersen in de salade geven kleur en accentueren de zoetheid.

Veel voorkomend in de Franse keuken is het verwerken van fruit in sauzen. Zo worden van kersen een saus gemaakt die veelal varkensvlees begeleidt. In de pan waarin het vlees is aangebraden, voeg je wat rode wijn toe. Schraap het aanbaksel los en voeg de kersen, wat (kippen)bouillon en een paar takjes tijm toe. Laat dit zo’n vijf minuten koken. Haal de saus door een zeef en bewaar de kersen. Kook de saus vervolgens in tot het stroperig wordt. Tot slot roer je er een klont bloter door. De traditionele aanvulling op deze rijke smaken zijn aardappelen en de licht bittere meirapen.

En ik in Istanbul zag hoe de Turkse keuken kersen gebruikt (met kip en kaneel)

Een aantal jaren geleden was ik in Istanbul. Wat mij opviel was dat kersen zo alom vertegenwoordigt zijn. Elk willekeurig café heeft  kersendrank (gemaakt van bittere kersen). In de supermarkt is er zoveel zuivel te vinden met kersen. In de Gran Bazaar of nog beter de Egyptische Markt zijn gedroogde kersen te vinden zijn. Zelfs “tabak” van gedroogde kersen trof ik er aan. Later leerde ik dat deze rode vrucht zijn oorsprong hier heeft. Het waren de Romeinen die de kers naar West Europa meenamen. Onlangs las ik in een reportage [sorry hier geen link, kan  het artikel niet meer terugvinden] over Istanbul. Hierin wordt beschreven hoe kersen in een pilav worden verwerkt met typerende ingrediënten uit de Turkse keuken. Pilav is een rijstgerecht (of bulghur) met in bouillon gegaard gekruid vlees, vaak met toevoeging van noten en gedroogde vruchten. Hier worden kersen gecombineerd met kip, kaneel, pistachenoten en verse koriander.

Als ik onderweg ben, schrijf ik mijn ideeën op in een boekje. Soms is het een opsomming van ingrediënten en soms een uitgebreid verhaal met opmerkingen of kleine tekeningen. Thuis gekomen probeer ik de recepten of combinatie van ingrediënten na te maken om te zien wat het oplevert. De ingrediënten van de pilav zijn zo bewaard gebleven. In een droge koekenpan rooster ik de pistachenoten. De kipfilet bak ik licht aan in olijfolie waarna ik ze bestrooid heb met kaneel. Om een wat voller smaak te krijgen, voeg ik wat boter toe aan de olie en laat hierin de kip gaar worden. In tussentijd gaan ook de ontpitte kersen erbij. In een andere pan kookt de bulghur in kippenbouillon. Wanneer de bulghur voldoende vocht heeft opgenomen gaan de kip, kersen en pistachenoten erbij. Laat het nog even zachtjes doorkoken zodat de smaken zich kunnen vermengen. Strooi er tot slot wat koriander over.

Ook dit dessert staat in mijn aantekeningenboekje. Het is zo eenvoudig. Ontpit de kersen en meng ze met kwark en wat honing. Schep het vervolgens in coupes en strooi er wat geroosterde amandelen over. Gelet op de ingrediënten zou het Turks kunnen zijn. Ik geloof dat deze combinatie inmiddels door meerdere keukens is overgenomen.

Mijn aantekeningen zijn in de loop van de jaren mijn inspiratiebron voor het koken geworden. Ik gebruik ze als ik op de markt de Nederlandse kersen naar mij zie lonken. Hoe eten jullie kersen?

Ook wanneer je CourgetteEnCommunicatie niet regelmatig bezoekt, kan je gemakkelijk op de hoogte blijven van mijn nieuwste artikelen via email of via jouw (RSS) reader

Heb je opmerkingen, aanvullingen of gewoon wat te zeggen? Plaats jouw commentaar onder het artikel.

→ 1 ReactieCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , , , , , ,

Een nieuwe introductie

juli 8, 2009 · Laat een reactie achter

Vandaag heb ik de nieuwe Wie Is pagina gepubliceerd. Het is de eerste van een aantal wijzigingen die ik op dit blog ga doorvoeren. Binnenkort volgen de andere aanpassingen. Ik verwacht dat, dat langer gaat duren. Hiervoor moet ik gaan sleutelen onder de kap van wordpress en ik heb maar een beperkte “programmeer kennis”.

Het idee voor een nieuwe “Wie Is” golfde al wat langer in mijn hoofd. Ik schreef wat ideeën op en maakte wat concepten. De laatste tijd zie ik het bezoek aan deze pagina toenemen. Het werd nu echt tijd om de “Wie Is” te herschrijven.

Sinds het begin van dit blog heb ik de pagina nauwelijks aangepast. Ik was toen nog zoekende en dit zie je terug in de oorspronkelijke versie. De thema’s waarover ik schrijf en wat de lezer eraan heeft zijn onduidelijk. Wanneer ik een blog voor het eerst lees, wil ik graag weten wie de schrijver is. Het interesseert mij niet dat hij in Gent woont, dat hij zijn vak verstaat en er daarom over schrijft vind ik belangrijker. Ook op dit punt kon er nog wat herschreven worden aan mijn “Wie Is”.

Na schrijven, doorhalen, schrijven, andere “wie is” –en lezen, laten proeflezen, herschrijven is dit het resultaat geworden. Wat vinden jullie ervan?

Ook wanneer je CourgetteEnCommunicatie niet regelmatig bezoekt, kan je gemakkelijk op de hoogte blijven van mijn nieuwste artikelen via email of via jouw (RSS) reader

Heb je opmerkingen, aanvullingen of gewoon wat te zeggen? Plaats jouw commentaar onder het artikel.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized
getagged: , ,

Hoe het oordeel van een restaurantcriticus jouw website kan verbeteren

juni 18, 2009 · Laat een reactie achter

Hij begrijpt niet dat een website zo niet werkt

Alsof een restaurantcriticus zich bezighoudt met websites. De nieuwe haring proeven dat is wat hij doet. Niets digitaals aan. Kijk tegelijkertijd eens goed wat hij doet: proeven, beoordelen en oordeel geven over de haring. Precies wat bezoekers doen op een website. Op jouw website. Kijken, lezen en beoordelen. Klikken of wegklikken.
Verbaasd was ik. Zojuist had ik met een marketing&communicatiemanager gesproken over de toekomst van zijn website. Het blijft mij verrassen dat er zoveel onwetendheid bestaat over het maken van een goede website. Een van de belangrijkste lessen in online communicatie is dat informatie op een website anders moet worden gepresenteerd dan wanneer het gedrukt wordt. Alleen is dat moeilijk uit te leggen als de manager zijn website ziet als een tijdschrift maar dan op een computerscherm.

Bereik is niet het probleem maar..

Het doel van het gesprek was te kijken naar trends en ontwikkelingen en hoe hij daar beter op in kan spelen. De Marketing&communicatiemanager wil zijn zoveel mogelijk mensen bereiken. Hij kiest daarom die media waarmee hij denkt daarmee zo goed mogelijk resultaat te boeken. Door de inhoud van zijn tijdschrift rechtstreeks over te nemen op de website denkt hij gemakkelijk zijn bereik te vergroten. De manager raakt teleurgesteld: hij ziet geen stijging.

Een ander middel om meer bereik te creëren is door overal aanwezig te zijn. Op YouTube, op Twitter, op Hyves. Alleen ‘aanwezig zijn’ is een veel gebruikte manier waarop Online wordt ingezet. Ik krijg de indruk dat het de zoveelste gimmick is zonder dat het iets toevoegt aan de strategie. De marketing&communicatiemanager begrijpt niet waarom zijn site niet beter presteert. Er staat genoeg informatie op en hij gaat met de trends mee door op allerlei platformen aanwezig te zijn.
Hoe vertel je dat bereik, trends en ontwikkelingen interessant zijn maar dat het wezenlijke probleem bij zijn website ligt?

De vraag die er aan vooraf gaat

Eerder schreef ik hier  over trends in Online. Ik nam de drie bekendste restaurantgidsen Iens, SpecialBite en Lekker als voorbeeld. De gidsen hebben een papieren editie en zijn ook online te raadplegen. Het viel mij op dat de mogelijkheden die internet biedt boven de papieren editie nauwelijks gebruikt werden.

Stel dat één van de drie gidsen mij een opdracht zou geven. En ik zo’n reactie als van de marketing&communicatiemanager zou krijgen. Wat zou ik doen? Ik zou de manager niets vragen over websites of digitale mogelijkheden. In plaats daar van zou ik vragen: ‘wat maakt een goed restaurant goed‘? Het helpt niet alleen de opdrachtgever zijn verhaal gemakkelijker te vertellen, ook jij kan daardoor een beter inzicht krijgen los van jargon en bestaande denkbeelden. Eigenlijk vraag je wat een goede website goed maakt.

Hoe een restaurantcriticus beoordeelt en hoe jij dat kan toepassen

Wat goed onderscheidt van middelmatig is met één woord te omschrijven: aandacht. Bewust nadenken wat je aan het doen bent en waarom. Daarmee verschilt een goede website van een mindere. Zo gaat het ook met restaurants.  Om de betere te herkennen van de middelmaat gebruiken   restaurantcritici drie criteria om tot een oordeel te komen. Dit zijn: kwaliteit van de ingrediënten, kennis en vaardigheden van het keukenpersoneel en als derde: interieur, sfeer en bediening.  Ik beschrijf elk criterium en geef aan wat dat betekent voor een website.

1. Op kwaliteit van de ingrediënten

Het belangrijkste ingrediënt van een website is content. Dit bepaalt waarom een site bezoekers krijgt. De bezoeker zal deze bekijken en beoordelen zoals een chef zijn leveringen ’s ochtends bij binnenkomst inspecteert. Heeft de chef alles gekregen? Voldoet de kwaliteit aan zijn verwachtingen? Met andere woorden: kan hij dit zijn gasten voorzetten?

Een misverstand is dat een chef gaat voor de meest kostbare ingrediënten. “Kwaliteit heeft zijn prijs” zal je misschien denken. Bedenk dan dat tarbot (kweek) met een inkoopprijs van ca. € 67,50 niet altijd beter is dan zijn alternatief – Griet – die een inkoopprijs heeft van ca. € 24,00. Het is kortzichtig alleen af te gaan op prijs. De inkoop van ingrediënten moet passen bij wat de gasten wordt geboden als zij het restaurant bezoeken. Een eetcafé die dure ingrediënten gebruikt zal niet begrepen worden net als een verfijnd restaurant dat salade met verlepte eikenbladsla serveert.

Een website die vol staat met lange zinnen,veel moeilijke woorden en jargon en die bedoeld is voor een breed publiek zal weinig succes hebben. Zo kom ik ook vaak teksten tegen die veel woorden bevatten maar nauwelijks inhoud bieden.

Goede ingrediënten kiezen betekent die ingrediënten inkopen die het best aansluiten bij de verwachtingen van jouw gasten, jouw doelgroep. In het volgende voorbeeld is de keuze voor ingrediënten niet duidelijk is. ShootmyFood heeft een digitaal vakblad gelanceerd waarbij de nieuwste technische middelen worden gebruikt om “horecaprofessionals” te inspireren. Mijn ervaring is dat mensen die een restaurant runnen weinig tijd en feeling hebben met Online. Daarbij komt ook kijken dat om de nieuwste technieken te kunnen afspelen, ze een up-to-date computer moeten hebben. In veel gevallen is dat niet zo. Het lijkt erop dat tarbot is ingekocht, waar griet beter was geweest.

2. Op vaardigheden van het keukenpersoneel

Nu kan een website goede content hebben, die geeft wat de bezoeker verwacht. Tegelijkertijd moet er ook nieuwe content geplaatst en/of gewijzigd worden. Wat voor de bezoeker als een prettige website kan worden ervaren, kan voor de webredactie die er mee moet werken een wanhoop zijn.

Het restaurant kan een prachtstuk lam hebben ingekocht. Een mooi stuk vlees uit Texel en voor een aantrekkelijke prijs. Als niemand het goed kan uitbenen, is dat geen goede inkoop. Waarschijnlijk kunnen de koks er wel lamsbouten uitsnijden maar koteletten wordt een moeilijkere klus. Laat staan alle delen van het lam uitsnijden en gebruiken. De kans is groot dat er veel in de vuilnisbak in gaat.

Een website draait op een content management systeem. Het gebruikte systeem kan stabiel zijn en niet crashen. Onduidelijke menu’s en een uitgebreide kennis van HTML zijn hindernissen voor redacteuren  in het gebruik van content management systemen. Wanneer webredacteuren of medewerkers er onvoldoende mee overweg kunnen is dat vergelijkbaar met het restaurant dat een prachtstuk lam had ingekocht.

Het lijkt erop dat de redactie van menuplanner nauwelijks overweg kan met het content managementsysteem. De rommelige opmaak en het gebruik van verschillende lettertypes die elkaar niet aanvullen zie ik als grof gesneden, ongare stukken lam die mij geserveerd worden.

3. Op de “looks and feels” van een restaurant

Na de kwaliteit van de ingrediënten en vaardigheden van de keuken tot slot het derde punt waarop beoordeeld wordt: het interieur, de sfeer en de bediening. Sommige sites hebben een interessante animatie die start zodra de website geladen is. Of ze verleiden de bezoeker met een oogstrelende vormgeving, zodat deze verder gaat kijken. Het is duidelijk dat de ontwerper erg gedreven was. Zo gedreven dat de vormgeving niet langer een middel is – het de bezoeker makkelijk de weg wijzen –  maar het doel op zichzelf is geworden.

Ik heb een zwak voor mooi vormgegeven restaurants. Door sommige ten onrechte als “hippe tenten” afgedaan. Over een bepaald restaurant had ik leuke verhalen gehoord en besloot dat ik daar eens wilde eten. Afgelopen week kwam ik er binnen en het eerste wat ik zag waren de kobalt blauw geverfde muren en de subtiele verlichting. We zaten op mooie, zwart geverfde glanzend houten stoelen aan eveneens zwart geverfde tafels. Het was redelijk druk zonder dat het indruk gaf dat je op de zaterdagmarkt terecht was gekomen. Ik keek verwonderd om mij heen. We hadden eigenlijk wel zin in een verfrissend biertje. Helaas kregen wij geen aandacht van het personeel. Zaten we in de verkeerde hoek? Moesten we soms bestellen aan de bar, zoals in sommige eethuizen gebruikelijk is?

Bezoekers komen op een website binnen en worden verwelkomd met prachtige animaties en oogstrelende vormgeving. Wanneer dit voorbij is  (ja, ze hebben er van genoten), willen ze naar de content. Dat blijkt niet zo makkelijk.  Het bedrijf vergeet dat hij al de aandacht van de bezoeker heeft. Via een zoekmachine is de interesse gewekt  en daarom is er doorgeklikt. Nu komt de bezoeker om iets te doen. En hij wil zo makkelijk mogelijk het antwoord op zijn vraag vinden. Dus geen arty opmaak die het hem moeilijk maakt, zoals donkergrijze letters op een zwarte achtergrond, omdat het zo mooi staat.

Neem de website van restaurant Luce bijvoorbeeld. Dit restaurant werd mij aangeraden. Voordat ik er naartoe ga wil ik graag zien wat er op de menukaart staat. Wanneer ik vanuit Google doorklik start er gelijk een animatie ondersteund met geluid. Wanneer dit voorbij is, opent de site met een mogelijkheid om te reserveren en een link die verwijst naar de lokatie.  Een beschrijving van de sfeer van het  restaurant, volgens welke keuken er gekookt wordt en een menukaart zijn niet te vinden.

Hier is het restaurant vergeten dat veel bezoekers al door het doorklikken aandacht hebben voor zijn site. Loftrompetters zijn niet nodig. Gasten komen in de eerste plaats naar een  restaurant komen om te eten. Vertel ze daar iets over. Later geef je ze de mogelijkheid om te reserveren.

Vraag in het vervolg waar jouw klant voor het laatst gegeten heeft en de rest volgt vanzelf

Een restaurantcriticus herkent niet in fractie van een seconde een goed restaurant. Een fraaie gevel vertelt niet dat dit restaurant matige gerechten serveert en dat de bediening te snel jouw tafel afruimt. Aan de andere kant zegt een onopvallende gevel niets over de creatieve kaart die het voert en ontspannen sfeer die er heerst. Je moet het ervaren en als het levert wat je verwacht, dan kom je terug.

Zo is het ook met websites. Helaas wordt bij het opzetten van een website of een redesign te veel naar het  naar het derde criterium gekeken, vervolgens naar het tweede en dan pas het eerste.Vraag in het vervolg aan de marketing&communicatiemanager (of welke beslisser dan ook) waar hij voor het laatst gegeten heeft. Wat zijn oordeel was en waarom. Je zal zien dat  hij dan snel met het eerste criterium komt. Als je hiermee begint wordt het online proces veel duidelijker.

Dit artikel verscheen eerder in gewijzigde vorm op frankwatching

Ook wanneer je CourgetteEnCommunicatie niet regelmatig bezoekt, kan je gemakkelijk op de hoogte blijven van mijn nieuwste artikelen via email of via jouw (RSS) reader

Heb je opmerkingen, aanvullingen of gewoon wat te zeggen? Plaats jouw commentaar onder het artikel.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , , , ,

Waarom LUX minder abonnees op zijn nieuwsbrief krijgt met deze flyer (of: wat doet mijn doelgroep?)

maart 11, 2009 · Laat een reactie achter

kaart om abonnee te worden van de nieuwsbrief Lux Nijmegen

kaart om abonnee te worden van de nieuwsbrief Lux Nijmegen

“Voor welke doelgroep is deze flyer gemaakt?” vroeg ik mij af toen ik deze flyer op de balie van de kassa bij filmhuis LUX zag liggen.

Op de voorkant  in een schreefloze letter staat er: “De digitale filmnieuwsbrief van LUX ontvangen?” met op de achtergrond een still uit Good Night And Good Luck. Draai je de kaart om dan kan ik mij op een aantal nieuwsbrieven abonneren. Om dit te regelen kruis ik aan welke er van mijn interesse hebben. Vul mijn emailadres in en lever ‘m in bij de Kassa.

Dat de flyer voor meer abonnees op de digitale nieuwsbrief van ’s lands grootste filmhuis moet gaan zorgen is duidelijk maar gaat dat ook gebeuren?

Aanmelden voor de digitale nieuwsbrief met paard en wagen

De flyer ligt nu al een tijdje op mijn bureau. Ik denk steeds: wat een werk bezorgen ze zichzelf en wat een kansen laten ze liggen. Wat gebeurt er? Ik geef de ingevulde flyer bij de kassa af. Daar gaat hij vervolgens in het postvak “kantoor”. Met de overige post komt dit de volgende dag bij de administratie. Hier wordt vervolgens de post gesorteerd naar afdeling. De flyer komt met de overige post bij de afdeling Publiciteit. Daar wordt de flyer apart gelegd op een stapel. Eén keer per week, het is een ideaal vrijdagmiddagklusje, worden de nieuwe abonnees verwerkt.

Het lijkt wel of de tijd heeft stil gestaan. En dat heeft het ook. Net als vroeger schrijf ik eerst al mijn gegevens op die later door een medewerker weer worden overgenomen. Voor een digitale nieuwsbrief verwacht je dat je, je digitaal moet opgeven. Waarom is hier niet voor gekozen? Voor de doelgroep die digitaal actief is ontstaat de indruk dat LUX weinig digitaal inzicht heeft: het zo omslachtig. De doelgroep die nauwelijks digitaal is, zal door de flyer niet warm worden voor de nieuwsbrief. Email gebruiken ze nauwelijks. De papieren weekfolder is net zo makkelijk. Zo wordt het moeilijk om met een “makkelijk” ingezet medium resultaat te bereiken.

Waarom het grote voordeel van een  flyer ook een nadeel kan zijn

Flyers worden door iedere organisatie groot of klein gebruikt omdat ze een goedkoop en gemakkelijk middel zijn om aandacht te vragen. Een nieuw geopende winkel twee straten verderop, een 90’s revival feestje vanavond in het lokale poppodium of die nieuwe film over twee meisjes in Barcelona. Flyers kunnen eenvoudig en snel gedrukt en verspreid worden. Zorg gewoon dat je strategische punten op een beurs of in een drukke winkelstraat op zaterdag staat. Er komen genoeg mensen langs bij wie je ze in de hand kan drukken. En is het voor de ontvanger niet interessant, misschien is het voor een vriend wel relevant. De flyer wordt dan doorgegeven zonder dat maker er moeite voor doet. Flyers hebben weinig tekst en moeten zo nieuwsgierigheid oproepen.  Om je even te laten omlopen naar die nieuwe winkel waar ze kekke t-shirts verkopen. Vanavond weer eens los te gaan op Smells Like Teen Spirit bij dat 90’s feestje. Of een nieuwsbrief willen ontvangen. Jij moet overtuigd worden om de volgende actie te ondernemen.

Waarom nieuwsbrieven veel gebruikt worden (niet in de eerste plaats voor de lezers)

LUX in Nijmegen heeft een bijzondere positie. Het heeft als grootste filmhuis in Nederland titels in zijn programmering die maar in enkele andere filmhuizen draaien. Je zou er anders voor naar Amsterdam moeten gaan. De kans dat een nieuwe titel hier gaat draaien, is dus groot. Natuurlijk heeft LUX een nieuwsbrief. Het is een goedkope en makkelijke manier om contact te onderhouden met jouw bezoekers. Bezoekers hebben zelf hun mailadres opgegeven, waarmee ze aangeven dat ze geïnteresseerd zijn in LUX’ aanbod. Een ander voordeel is dat de nieuwsbrief digitaal is. Daarmee kunnen ontvangers hem naar veel meer vrienden doorsturen. Daarmee bereikt LUX nog meer mensen.

Meer flyers meer nieuwsbrieflezers?

Eens in de drie maanden kijkt het hoofd van de afdeling Publiciteit naar de cijfers. Binnenkort is er weer een bespreking met de directie over budgetten. Het hoofd tuurt naar de aantallen. “Wat kan ik er aan doen om betere resultaten te behalen zonder dat het extra geld vraagt?”Als ik veel nieuwsbriefontvangers heb, dan is dat een positief teken. “Hoeveel lezers heb ik?”  Het hoofd pakt de tabel erbij. Dat aantal kan best omhoog als ik dat vergelijk met het aantal bezoekers dat we jaarlijks hebben. “Hoe kan ik dat snel en gemakkelijk omhoog stuwen?” Een paar weken later lag er een glossy flyer bij de kassa.

Waarom de flyer onvoldoende werkt

Hoe ik mij moet aanmelden voor de nieuwsbrief LUX Nijmegen

Hoe ik mij moet aanmelden voor de nieuwsbrief LUX Nijmegen

Het idee om met een flyer meer nieuwsbrief ontvangers te krijgen is in de uitvoering niet geslaagd. Door mensen  al op de flyer emailadres en gewenste nieuwsbrieven te laten opschrijven mis je een aantal kansen. Met overnemen van de emailadressen van de flyer kunnen typefouten gemaakt worden. De nieuwsbrief zal daardoor nooit aankomen. Het aantal foutmeldingen (‘fail to deliver’) zal stijgen. Bezoekers zullen het inschrijven gemakkelijk uitstellen: “dat komt de volgende keer wel weer”. De flyer maakt niet nieuwsgierig, het roept niet om nú actie te ondernemen. Hoe kan de flyer dan wel gebruikt worden om mensen makkelijker aan te zetten tot het abonneren op de nieuwsbrief?

Laat de actie plaats vinden op jouw site

Beperk de informatie op de flyer en wijs naar lux-nijmegen.nl om zich daar in te schrijven. Dit heeft een aantal voordelen. De beperkingen van het flyerformaat gelden niet op internet. Er is ruimte genoeg om mensen te overtuigen dat ze de nieuwsbrief willen ontvangen. Op de aanmeldpagina vertel je welke nieuwsbrieven aangeboden worden. Welke voordelen het ontvangen heeft. Wat er in de nieuwsbrief te lezen staat. Geef hierbij ook een link naar eerder verschenen nieuwsbrieven. Of alleen de laatste. Jij koopt toch ook geen boek als je ‘m niet kan inkijken? Nu ze toch op de aanmeldpagina zijn, maak duidelijke links naar het programma. Dat doet Rialto goed. Maak gebruik van de mogelijkheid om ze erop te wijzen dat er voor de regulier bezoeker kortingen mogelijk zijn. Iedere bezoeker is immers geïnteresseerd in korting.

Dan weet ik nog beter wie mijn bezoeker is

LUX’ grote voordeel om mensen naar hun site te leiden is: meetbaarheid. Online kan er heel veel gemeten worden. Welke pagina’s zijn het populairst? Welke pagina’s worden daarna bezocht? Welke worden nauwelijks bezocht? Door dit goed te onderzoeken. Ontdek wat jouw bezoekers komen doen en speel daar gericht op in.  Dit geeft vervolgens de mogelijkheid om veel beter te zien of de inspanningen resultaat hebben gehad. Deze cijfers kan het hoofd gebruiken bij budgetbesprekingen die eens in de drie maanden worden gevoerd. Om dit te bereiken, zal je wel elke mogelijkheid moeten gebruiken om mensen naar jouw site te trekken. Er had beter meer aandacht besteed kunnen worden aan het goed instellen van een analyseprogramma dan aan het laten maken van een flyer.

Bereik meer nieuwsbrieflezers door elk middel in te zetten

Het kiezen van glossy flyer kan een keuze zijn: het heeft bijvoorbeeld een grotere uitstraling. Een grote misser vind ik dat er in de weekfolder geen enkele verwijzing staat naar de nieuwsbrief. Die folder wordt verspreid door de hele stad en iedere geïnteresseerde, digitaal of niet, leest ´m. (Mogelijke) bezoekers willen immers weten wat het filmprogramma is. Wanneer hun film draait. Is daar over na gedacht voordat de flyer ontworpen en gedrukt werd?

Ook wanneer je CourgetteEnCommunicatie niet regelmatig bezoekt, kan je gemakkelijk op de hoogte blijven van mijn nieuwste artikelen via email of via jouw (RSS) reader

Heb je opmerkingen, aanvullingen of gewoon wat te zeggen? Plaats jouw commentaar onder het artikel.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , ,

Hoe maak ik van bloemkool winter comfort food?

januari 21, 2009 · Laat een reactie achter

Dit is wat mij altijd zo verbaast. Voor mij staan bepaalde landen voor een bepaalde manier van koken met producten die zo’n land karakteriseren.  Zo denk ik bij artisjokken aan Frankrijk en bij tomaten aan Italië en cranberry’s aan Amerika. Bij Nederland denk ik aan bloemkool. Als ik in het buitenland door de Hypermarché loop om inkopen te doen ben ik verrast daar bloemkool aan te treffen. Het is nou niet de groente die mij doet denken dat ik in Frankrijk ben. En ik wil er ook niet aan bloemkool denken. Slechte herinneringen, dat is het.

Verlangen naar comfort food

De afgelopen weken was het echt winter. Het kwik trok zich terug onder de 0 graden C. en we hadden sneeuw. En meren bevroren. De Hema rook naar erwtensoep en rookworst. Op zulke momenten verlang ik naar “comfort food”. Robuuste maaltijden die je verwarmen en vullen. Niet die verfijnde  Ravioli gevuld met kreeft en een saus van champagne,  maar iets met grove structuur en volle smaken. Iets wat je een goed gevoel geeft en je versterkt.  Denk eens aan warme chocolademelk met slagroom na een lange wandeling door een besneeuwd bos. Comfort food gaat niet over subtiliteit, maar is het verlangen naar eenvoudige en vertrouwde smaken. Vaak waren die in je kindertijd ook een succes.

In de winter kun je kiezen uit kool en kool

Wanneer ik over de markt loop, overheersen de kolen het groente aanbod. Naast de rode en witte kool ligt daar prominent de bloemkool. De populairste van de drie in Nederland.   Bloemkool is zo winters Nederlands. Opgegroeid met de Hollandse pot, stond het regelmatig op het menu in mijn kinderjaren. Maar om dit nú mijn comfort food te noemen?

Ik herinner mij dat er rond een uur of vijf een duidelijk herkenbare koollucht zich door het huis verspreidde. Enkel die koollucht doet je niet verlangen naar een bord met warm, nog dampend voedsel op een koude dag. Wanneer het 6 uur is en je aan tafel schuift, schep je op je bord zachte bloemkool met aardappelen en een gehaktbal. Enkel bloemkool heeft geen duidelijke, onderscheidende smaak. Het heeft iets nodig. Dus kwam er een witte saus over (op basis van bloem) met wat nootmuskaat.

Echt goede vrienden werden de bloemkool en ik niet. We verloren elkaar een beetje uit het oog. Maar vergeten was ik Hollands populairste niet. Ik neem niet zo maar afscheid voordat ik deze groente op diverse manieren heb bereid.

Hoe Hollands is bloemkool? Waar komt bloemkool vandaan?

Er is weinig Nederlands aan de bloemkool. De herkomst van de bloemkool ligt in het (verre) oosten. In de tijden van de grote handelsroutes (13e eeuw) lieten de Arabieren het Middellandse Zeegebied kennismaken met deze groente. Door de handel tussen de diverse Europese landen kwam de bloemkool naar noordelijk Europa. Aan het hof van de Franse koning Lodewijk de XIV (18e eeuw) werden de witte roosjes regelmatig geserveerd, overdekt met een witte roomsaus met nootmuskaat (!)
Nog steeds zitten wereldwijd de grootste verbouwers van bloemkool in het verre oosten:  India en China. In Europa zijn  Spanje, Frankrijk en Italië de grootste producenten .  In Nederland (Noord-Holland) wordt bloemkool verbouwd welke vanaf april tot december verkrijgbaar is. Ook al is de bloemkool het hele jaar verkrijgbaar, blijft het toch een echte wintergroente. In de winter worden veel bloemkolen ingevoerd uit Frankrijk en Italië.

Waar let ik op als ik bloemkool koop?

Elke winter wanneer hij daar op de markt of in de winkel zo nadrukkelijk aanwezig is. Afwisselend bij de ene danwel de andere in de aanbieding. Hij vraagt erom gekocht te worden. Maar let je op bij aanschaf ? Zo moet hij een heldere romige witte kleur hebben, zonder donkere plekken. De roosjes moeten compact op elkaar aangesloten zijn. Wanneer ze uit elkaar gegroeid zijn, kan dat een teken zijn dat de bloemkool al wat ouder is.Een verse bloemkool voelt zwaar aan en heeft helder groen blad aan de onderkant. Dat lekker knackt als je het afbreekt. Is dit groen weggesneden, dan is dat voor mij een teken dat bloemkool al wat langer ligt. Een bloemkool is ongeveer een week goed houdbaar in de groentela. Soms blijft er nog stuk bloemkool bij mij over. De roosjes zijn slapper geworden en ruiken ook kooliger. Ik pureer ze en maak er een soepje van.

Het bereiden: hoe kook ik bloemkool?

Bloemkool wordt nog steeds te lang gekookt waardoor hij te zacht wordt. En dan ook nog eens ruim overgoten met een room- of kaassaus (op basis van Gouda). Dat is jammer want hij verdient meer en kan zeker comfort food worden. Anders bereid dan mijn moeder het zou doen, maar wel vanuit het idee van eenvoudige smaken kan er meer.

Ook al ben ik in de zomer in Frankrijk en is bloemkool niet waar je op dat moment, in dat land aan denkt, ben ik nieuwsgierig wat die Fransen er mee doen. Zeker als het “gewoon” leverbaar is. Op die vrije momenten wanneer je de stad in kunt gaan, bezoek ik de boekhandel of grote Fnac en duik in de kookboeken. Maar voordat ik in mijn enthousiasme doorschiet, eerst: hoe maak je bloemkool klaar?

Je begint met het verwijderen van de groene bladeren aan de onderkant. Dat kan gemakkelijk door hem kort aan de wortel af te snijden. Snij ‘m van boven door het midden naar beneden. Elk deel middel je nogmaals.  Je kan nu gemakkelijk de stam verwijderen, het harde deel dat de roosjes bijeenhoudt. Verwijder ook de bladeren die er nog zitten. Je hebt nu de roosjes over. Je kan ze koken in ruim water met wat zout voor ongeveer 8 minuten. Het kan zijn dat ze nog niet gaar zijn en nog wat langer nodig hebben. Test daarom regelmatig. Prik  met de punt van een mes in in de steel. Kun je er doorheen dan zijn ze gaar. Meer smaak krijgt de bloemkool als ze gekookt worden in melk (ik gebruik volle). Je kan bloemkoolroosjes ook bestrijken met olie en in de oven bakken.

Wat doe ik met bloemkool: de transformatie van Hollandse pot naar verwennerij

Bloemkool houdt niet van zachte, subtiele smaken. Hij gaat ze overheersen. Daarom voelt bloemkool zich aangetrokken tot volle, romige kazen zoals Gouda of Gruyère. Het nootige samen met het aardse. Voor wat extra crunch voeg ik er wat geroosterde hazelnoten aan toe (dat is wat ik van de Fransen leerde).

Soep is een ultieme comfort gever. Eenvoudig en verwarmend.  Bloemkool can do that! Sla een gemiddeld Frans kookboek open en  ze noemen bloemkoolsoep met blauwe kaas (Roquefort of Bleu d’Auvergne).  In een grote pan smelt je boter waar je grof gesneden ui aan toevoegt. Vervolgens de bloemkoolroosjes, wat takjes verse tijm en wat laurier. Onderzetten met kippenbouillon en dan ongeveer tien minuten langzaam laten koken totdat de bloemkool heel zacht is. Voeg er crème fraîche aan toe en laat de blauwe kaas erin smelten. Haal daarna de takjes tijm en het laurierblad eruit. Maak van de soep in de blender een gladde massa. Schenk de soep terug in de pan en warm het door. Proef of het zout en peper nodig heeft. Done!

Wil je indruk maken op vrienden, kennissen die veel naar “Wie is de Chef” kijken? Regelmatig serveren de koks hier coquilles.  Coquilles worden in Nederland gewoon St. Jakobsschelpen genoemd. Ze zijn duur en daardoor exclusief. Dit schelpdier combineert heel goed met bloemkool. Maak er puree van op dezelfde manier als je de soep bereidt. Neem een beetje puree en leg daar zo’n kort in boter gebakken scheldiertje op.

Italië is ook zo’n land waar veel bloemkool verbouwd wordt. Hier combineren ze het met een krachtige tomatensaus waarin zwarte olijven, kappertjes, knoflook en ansjovis zijn verwerkt. Snijd de bloemkoolroosjes klein. Bak ze enkele minuten in hete olijfolie in een ruime koekenpan aan.  Voeg de fijn gesneden knoflookteen hieraan toe. Meng het uitlekvocht   van de tomatenblokjes (uit blik) met wat tomatenpuree. Dit gaat ook in de koekenpan. Afgedekt zachtjes zo’n 8 minuten laten koken.  Daarna volgen de tomatenblokjes, de fijngesneden ansjovis, kappertjes en olijven. Schenk er wat water over en laat het geheel  sudderen tot er een saus ontstaat. Gebruik voor deze saus een pasta met ribbels, penne bijvoorbeeld.

Een bepaalde tijd is het hip geweest om rauwe groente met een dip te serveren. Ook de bloemkool was van de partij. Zelf vind ik dat niet zo’n succes. Wat beter werkt is, is hoe ze het in India doen.  Ze halen de roosjes door een beslag en frituren ‘m kort. Vervolgens worden de roosjes bestrooid met een spicy kruidenmix en gaan ze kort de oven in. Heerlijk en zo vol “comfort”…

Nu waardeer ik de bloemkool weer

Eigenlijk is bloemkool niet zo Nederlands als ik dacht. Het zijn landen als Frankrijk en Italië die ze grootschalig verbouwen. Met hun bereidingswijzen  heb ik de bloemkool weer teruggevonden. Het levert een andere manier van koken op. Wanneer ik in de winter behoefte heb aan comfortfood dan negeer ik de bloemkool niet meer. Ik denk niet aan die jeugdherinneringen maar geniet van de voldoening die het geeft als ik bloemkool, new style eet. En ook nog eens ideaal wanneer je op weinig te besteden hebt en voor geen geld op de markt of in de supermarkt aantreft.

Update 9 februari:

In The Times vandaag een artikel over de dalende populariteit van bloemkool: “‘the cauliflower was a staple part of the British diet, from cauliflower cheese to an essential accompaniment to a Sunday roast”.  Zijn plaats wordt overgenomen door de Broccoli.  Als reden noemt The Times: “Since the early 1990s when broccoli made its mark in the business it has knocked cauliflower from its perch, possibly because of broccoli’s superfood reputation”.  Ik denk dat, dat maar een deel van het verhaal is. Broccoli is ook sneller te bereiden en heeft een “zoetere” smaak.

Update 11 februari:

Ook een andere Britse krant, The Observer, vraagt zich af waarom bloemkool minder op tafel komt.  “Growers believe that many people have simply forgotten how good caulis are and want to encourage us to give them another try.  It is one of the few vegetables that can be grown in Britain year round, so by buying it consumers can help the British economy and its farming industry, and cut out some food miles”. Hier heeft The Observer zeker een punt dat ik graag onderschrijf. In de comments onder het artikel vind je  suggesties hoe je bloemkool op vele andere manieren kan bereiden. Met hummus bijvoorbeeld.

Ook wanneer je CourgetteEnCommunicatie niet regelmatig bezoekt, kan je gemakkelijk op de hoogte blijven van mijn nieuwste artikelen via email of via jouw (RSS) reader

Heb je opmerkingen, aanvullingen of gewoon wat te zeggen? Plaats jouw commentaar onder het artikel.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , , , ,

Een goed 2009!

januari 2, 2009 · Laat een reactie achter

Dank je voor jouw tijd en aandacht voor mijn blog het afgelopen jaar. Zonder jou, zou bloggen minder leuk zijn. Dus dank dat je mij leest, dat je reageert. Hierdoor word ik gemotiveerd om door te gaan met schrijven van artikelen om je te vermaken en te inspireren.

Bas

Ook wanneer je CourgetteEnCommunicatie niet regelmatig bezoekt, kan je gemakkelijk op de hoogte blijven van mijn nieuwste artikelen via email of via jouw (RSS) reader

Heb je opmerkingen, aanvullingen of gewoon wat te zeggen? Plaats jouw commentaar onder het artikel.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized

Wat ik zeg als er op een borrel wordt gevraagd: wat doe jij? (directors cut)

december 6, 2008 · Laat een reactie achter

Een blog proef je door de onderwerpen die het behandelt, de invalshoek en de schrijfstijl. Sommige vind je te zoet. Andere zijn te scherp gekruid of hebben een smaak waar je erg aan moet wennen. Om de smaak van CourgetteEncommunicatie te categoriseren schreef ik eerder waarom mijn artikelen lang zijn.

Gerechten, net als de artikelen hier, krijgen  betekenis als je meer weet over de achtergrond van de kok. De recepten van Jamie Oliver bijvoorbeeld zijn zo populair omdat ze eenvoudig te bereiden zijn en bijzonder pukka . Wat hij eigenlijk doet is klassiekers ontdoen van ingewikkelde kookprocessen om zo het essentiële over te houden.  Als je dat eenmaal weet, ga combinaties in recepten herkennen. Over mijn stijl van koken heb ik in eerdere artikelen geschreven. Maar over  communicatie, daar waarin ik ben opgeleid, bleef je tot nu toe in het duister. Dit artikel is als het licht van de zonsopgang op een vroege morgen (vergeef mij deze goedkope vergelijking). Je krijgt zo een inzicht  vanuit welke achtergrond ik schrijf.

Waarom wordt er altijd gedacht dat als je “iets” met internet doet, je websites bouwt? Dat je programmeert?

Ik kijk, luister, lees, schrijf veel op internet.  Sommige series volg ik via Uitzending Gemist in plaats van de televisie, waar ze oorspronkelijk voor gemaakt zijn. Ik schrijf dit blog en plaats reacties op andere blogs . En lees waarschijnlijk meer online dan vanaf papier. Maar betekent dat, dat ik vroeger graag computers open schroefde om te zien hoe ze werken? Of dat ik  enthousiast  word als ik onder de motorkap van een site kijk en allerlei “waanzinnige” codes zien? Opvallend veel grote namen in de online wereld hebben wel zo’n verleden.

Ik zal het maar gelijk bekennen: ik heb geen zwak voor technologie. Mijn eerste internetervaring in het midden van de jaren negentig kwam door mijn nieuwsgierigheid. Waarom waren bepaalde pc’s op de faculteit populairder dan al die anderen? Verstopt onder de startknop van enkele computers zat toegang tot internet. In eerste instantie klikte ik wat rond.
Toen ik eind jaren ‘90 voor langere tijd naar de USA ging, gebruikte ik internet om tips te vinden, aanvullingen op mijn Rough Guide. Zo vond ik op een site een boekje met handige budgettips en dat voor nog geen 5 dollar. Kopen op internet was nog erg onbekend, laat staan in Nederland. En deze site was meer een advertentie dan een webshop. Om toch het boekje te ontvangen, stopte ik 5 dollar in een enveloppe en stuurde dat op. Als er niets gebeurde was ik maar vijf dollar kwijt, dat risico wilde ik wel nemen. Verrast was ik toen naar een week of zo een pakketje uit de VS op de deurmat lag.
Voor veel mensen is internet nog steeds zo. Veel techniek en een verassing wat er gaat komen.

Communicatie is mijn vak, niet Informatie Communicatie Technologie

Op verschillende manieren kan je “iets met internet” doen.

In de eerste plaats kan dat “iets”met techniek zijn. Zo’n website moet werken. Dus zijn er programmeurs die sites bouwen. Ze houden van techniek. Vooral de nieuwste techniek. Dat een website niet geopend kan worden omdat je niet de nieuwste versie van de gebruikte software hebt, dan is dat is jouw probleem.

In de tweede plaats is dat de ontwerper. Hij zorgt er voor dat de website een “smoel” krijgt. Oogstrelend en verrassend moet het worden, een ontwerper wil aan de buitenwereld laten zien wat hij kan. Dat dit ten koste gaat van de tijd die nodig is om de pagina te laden, is van ondergeschikt belang.

In de derde plaats is er de (online) marketeer. Hij denkt aan geld verdienen. Zo’n website moet wel z’n investeringen opbrengen. De bezoekersaantallen moeten omhoog. Veel bezoekers over de vloer is veel succes hebben. En vertaalt zich weer in geld, geld! Een eerste positie in de zoekresultaten van Google gaat daar voor zorgen. Denkt hij.  Mensen klikken altijd op het eerste zoekresultaat dat er verschijnt. Is zijn overtuiging. Maar dat de bezoekers na twee seconden weg zijn omdat ze niet kunnen vinden waar ze naar zochten, ontgaat deze online marketeer.

Wat deze drie onvoldoende inzien is dat een website er niet voor een bedrijf  is maar voor zijn doelgroep(en). Bezoekers komen op jouw website omdat ze verwachten een antwoord te vinden op hun vraag. Wanneer ik zoek op “aanbieding fiji eilanden” dan wil ik goedkope reizen vinden. En niet op een algemene pagina belanden waar ik maar moet zoeken naar die aanbieding. Het bedrijf wil dat de bezoekers door hun van te voren bedachte actie gaan ondernemen. Een blog wil meer abonnees, een webshop meer CD’s  verkopen, en een non-profit organisatie meer donateurs.

Nog steeds zie je dat bedrijven te veel van vanuit zichzelf redeneren en het  daardoor de bezoeker niet gemakkelijk maken. Door bijvoorbeeld jargon te gebruiken die voor het bedrijf gebruikelijk is maar bezoekers niet zullen begrijpen. Een vacature plaatsen als pdf  in plaats van de  vacature volledig te publiceren waarbij de mogelijkheid wordt geboden deze als pdf te downloaden. Help jouw bezoekers om jou te helpen jouw doelstellingen te halen. Dat is wat ik doe.

Waarom op een Service afdeling beginnen goed is voor een communicatieprofessional

Mijn eerste baan na mijn studie Communicatiewetenschap had geen  marketing of communicatie in de functietitel. Na mijn terugkeer uit de Verenigde Staten wilde ik zo snel mogelijk een baan. Ik moest wel: de hoge dollar had mijn guldensrekening flink doen slinken.
Die baan kreeg ik op een service afdeling bij een grote bank. Alle vragen, klachten die het call-centre niet kan beantwoorden kwam op deze afdeling terecht.

Voor veel bedrijven is service een kostenpost. Ze moeten wel maar als er ergens op bezuinigd kan worden dan is het de serviceafdeling. Het brengt gewoon weg geen geld op. Er wordt  hevig geïnvesteerd in advertenties, commercials, folders enzovoort. Mensen warm maken met je product. Ze continue in contact brengen met jouw aanbod. Op deze manier een  relatie met ze opbouwen (zo noemen wij  communicatieprofessionals dat).

Waarschijnlijk is de service afdeling de enige die écht in contact komt met klanten. Het is communicatie in de frontlinie. Hier kreeg ik te horen hoe de producten worden gewaardeerd. Wat er mis gaat. Wat er beter kan. Wat een bedrijf doet in plaats van zegt. Uit goede service blijkt dat een bedrijf zijn klanten waardeert in plaats van het alleen maar te roepen in reclame uitingen. Goede service zorgt voor vertrouwen. Een belangrijke voorwaarde om een “relatie” aan te gaan of te verbreken.
Dat is wat ik hier leerde.

Hoe mij dat heeft geholpen om websites te verbeteren

Net als Service lijkt het erop dat websites door veel bedrijven en organisaties als kostenpost worden gezien. Er moet een website zijn want “iedereen zit op internet”. Maar zodra deze online staat wordt er gedacht dat hij af is. Helaas.

Een website wordt niet alleen beter door er steeds nieuwe content (tekst, beeld) op te zetten. Door het bezoek te analyseren, krijg je informatie waarom mensen naar jouw site komen.
Welke pagina’s zijn populair, via welke zoekwoorden belanden bezoekers op jouw site?  Heeft dat tot het gewenste resultaat geleidt: zijn die pagina’s ook bezocht waarop die informatie staat?  Bedrijven die een website hebben om alleen maar aanwezig te zijn, zullen hier geen aandacht aan besteden. Slimmere bedrijven die site zien als een middel om een betere relatie op te bouwen zullen dit wel interesseren.

Regelmatig krijg ik een pop-up waarin gevraagd wordt naar mijn mening. Veel verder dan wat algemeenheden komen deze onderzoeken niet: wat vind ik van de vormgeving, wat vind ik van de teksten?

Wat ik mis is de diepgang. Vanuit service achtergrond zou ik als communicatieprofessional dieper in gaan op de ervaring die bezoekers hebben met de site.  Dan kom je op vragen als: is de site snel geladen? Heb je gevonden wat je zocht? Was dit makkelijk te vinden? Hoe komt dat? Wat zou je willen dat wij verbeteren? Ga de conversatie aan. En wees er ook bewust van wat de gevolgen van jouw acties zijn op de beeldvorming.

De tijd dat ik op een serviceafdeling werkte heeft invloed gehad op de manier waarop ik kijk naar communicatie. Ook in latere functies waarin wel communicatie in de titel zat. In komende artikelen zal ik laten zien hoe dat werkt.

Ook wanneer je CourgetteEnCommunicatie niet regelmatig bezoekt, kan je gemakkelijk op de hoogte blijven van mijn nieuwste artikelen via email of via jouw (RSS) reader

Heb je opmerkingen, aanvullingen of gewoon wat te zeggen? Plaats jouw commentaar onder het artikel.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , , , ,