courgetteEncommunicatie

Een nieuwe introductie

juli 8, 2009 · Laat een reactie achter

Vandaag heb ik de nieuwe Wie Is pagina gepubliceerd. Het is de eerste van een aantal wijzigingen die ik op dit blog ga doorvoeren. Binnenkort volgen de andere aanpassingen. Ik verwacht dat, dat langer gaat duren. Hiervoor moet ik gaan sleutelen onder de kap van wordpress en ik heb maar een beperkte “programmeer kennis”.

Het idee voor een nieuwe “Wie Is” golfde al wat langer in mijn hoofd. Ik schreef wat ideeën op en maakte wat concepten. De laatste tijd zie ik het bezoek aan deze pagina toenemen. Het werd nu echt tijd om de “Wie Is” te herschrijven.

Sinds het begin van dit blog heb ik de pagina nauwelijks aangepast. Ik was toen nog zoekende en dit zie je terug in de oorspronkelijke versie. De thema’s waarover ik schrijf en wat de lezer eraan heeft zijn onduidelijk. Wanneer ik een blog voor het eerst lees, wil ik graag weten wie de schrijver is. Het interesseert mij niet dat hij in Gent woont, dat hij zijn vak verstaat en er daarom over schrijft vind ik belangrijker. Ook op dit punt kon er nog wat herschreven worden aan mijn “Wie Is”.

Na schrijven, doorhalen, schrijven, andere “wie is” –en lezen, laten proeflezen, herschrijven is dit het resultaat geworden. Wat vinden jullie ervan?

→ Leave a CommentCategorieën: Uncategorized
getagged: , ,

Hoe het oordeel van een restaurantcriticus jouw website kan verbeteren

juni 18, 2009 · Laat een reactie achter

Hij begrijpt niet dat een website zo niet werkt

Alsof een restaurantcriticus zich bezighoudt met websites. De nieuwe haring proeven dat is wat hij doet. Niets digitaals aan. Kijk tegelijkertijd eens goed wat hij doet: proeven, beoordelen en oordeel geven over de haring. Precies wat bezoekers doen op een website. Op jouw website. Kijken, lezen en beoordelen. Klikken of wegklikken.
Verbaasd was ik. Zojuist had ik met een marketing&communicatiemanager gesproken over de toekomst van zijn website. Het blijft mij verrassen dat er zoveel onwetendheid bestaat over het maken van een goede website. Een van de belangrijkste lessen in online communicatie is dat informatie op een website anders moet worden gepresenteerd dan wanneer het gedrukt wordt. Alleen is dat moeilijk uit te leggen als de manager zijn website ziet als een tijdschrift maar dan op een computerscherm.

Bereik is niet het probleem maar..

Het doel van het gesprek was te kijken naar trends en ontwikkelingen en hoe hij daar beter op in kan spelen. De Marketing&communicatiemanager wil zijn zoveel mogelijk mensen bereiken. Hij kiest daarom die media waarmee hij denkt daarmee zo goed mogelijk resultaat te boeken. Door de inhoud van zijn tijdschrift rechtstreeks over te nemen op de website denkt hij gemakkelijk zijn bereik te vergroten. De manager raakt teleurgesteld: hij ziet geen stijging.

Een ander middel om meer bereik te creëren is door overal aanwezig te zijn. Op YouTube, op Twitter, op Hyves. Alleen ‘aanwezig zijn’ is een veel gebruikte manier waarop Online wordt ingezet. Ik krijg de indruk dat het de zoveelste gimmick is zonder dat het iets toevoegt aan de strategie. De marketing&communicatiemanager begrijpt niet waarom zijn site niet beter presteert. Er staat genoeg informatie op en hij gaat met de trends mee door op allerlei platformen aanwezig te zijn.
Hoe vertel je dat bereik, trends en ontwikkelingen interessant zijn maar dat het wezenlijke probleem bij zijn website ligt?

De vraag die er aan vooraf gaat

Eerder schreef ik hier  over trends in Online. Ik nam de drie bekendste restaurantgidsen Iens, SpecialBite en Lekker als voorbeeld. De gidsen hebben een papieren editie en zijn ook online te raadplegen. Het viel mij op dat de mogelijkheden die internet biedt boven de papieren editie nauwelijks gebruikt werden.

Stel dat één van de drie gidsen mij een opdracht zou geven. En ik zo’n reactie als van de marketing&communicatiemanager zou krijgen. Wat zou ik doen? Ik zou de manager niets vragen over websites of digitale mogelijkheden. In plaats daar van zou ik vragen: ‘wat maakt een goed restaurant goed‘? Het helpt niet alleen de opdrachtgever zijn verhaal gemakkelijker te vertellen, ook jij kan daardoor een beter inzicht krijgen los van jargon en bestaande denkbeelden. Eigenlijk vraag je wat een goede website goed maakt.

Hoe een restaurantcriticus beoordeelt en hoe jij dat kan toepassen

Wat goed onderscheidt van middelmatig is met één woord te omschrijven: aandacht. Bewust nadenken wat je aan het doen bent en waarom. Daarmee verschilt een goede website van een mindere. Zo gaat het ook met restaurants.  Om de betere te herkennen van de middelmaat gebruiken   restaurantcritici drie criteria om tot een oordeel te komen. Dit zijn: kwaliteit van de ingrediënten, kennis en vaardigheden van het keukenpersoneel en als derde: interieur, sfeer en bediening.  Ik beschrijf elk criterium en geef aan wat dat betekent voor een website.

1. Op kwaliteit van de ingrediënten

Het belangrijkste ingrediënt van een website is content. Dit bepaalt waarom een site bezoekers krijgt. De bezoeker zal deze bekijken en beoordelen zoals een chef zijn leveringen ’s ochtends bij binnenkomst inspecteert. Heeft de chef alles gekregen? Voldoet de kwaliteit aan zijn verwachtingen? Met andere woorden: kan hij dit zijn gasten voorzetten?

Een misverstand is dat een chef gaat voor de meest kostbare ingrediënten. “Kwaliteit heeft zijn prijs” zal je misschien denken. Bedenk dan dat tarbot (kweek) met een inkoopprijs van ca. € 67,50 niet altijd beter is dan zijn alternatief – Griet – die een inkoopprijs heeft van ca. € 24,00. Het is kortzichtig alleen af te gaan op prijs. De inkoop van ingrediënten moet passen bij wat de gasten wordt geboden als zij het restaurant bezoeken. Een eetcafé die dure ingrediënten gebruikt zal niet begrepen worden net als een verfijnd restaurant dat salade met verlepte eikenbladsla serveert.

Een website die vol staat met lange zinnen,veel moeilijke woorden en jargon en die bedoeld is voor een breed publiek zal weinig succes hebben. Zo kom ik ook vaak teksten tegen die veel woorden bevatten maar nauwelijks inhoud bieden.

Goede ingrediënten kiezen betekent die ingrediënten inkopen die het best aansluiten bij de verwachtingen van jouw gasten, jouw doelgroep. In het volgende voorbeeld is de keuze voor ingrediënten niet duidelijk is. ShootmyFood heeft een digitaal vakblad gelanceerd waarbij de nieuwste technische middelen worden gebruikt om “horecaprofessionals” te inspireren. Mijn ervaring is dat mensen die een restaurant runnen weinig tijd en feeling hebben met Online. Daarbij komt ook kijken dat om de nieuwste technieken te kunnen afspelen, ze een up-to-date computer moeten hebben. In veel gevallen is dat niet zo. Het lijkt erop dat tarbot is ingekocht, waar griet beter was geweest.

2. Op vaardigheden van het keukenpersoneel

Nu kan een website goede content hebben, die geeft wat de bezoeker verwacht. Tegelijkertijd moet er ook nieuwe content geplaatst en/of gewijzigd worden. Wat voor de bezoeker als een prettige website kan worden ervaren, kan voor de webredactie die er mee moet werken een wanhoop zijn.

Het restaurant kan een prachtstuk lam hebben ingekocht. Een mooi stuk vlees uit Texel en voor een aantrekkelijke prijs. Als niemand het goed kan uitbenen, is dat geen goede inkoop. Waarschijnlijk kunnen de koks er wel lamsbouten uitsnijden maar koteletten wordt een moeilijkere klus. Laat staan alle delen van het lam uitsnijden en gebruiken. De kans is groot dat er veel in de vuilnisbak in gaat.

Een website draait op een content management systeem. Het gebruikte systeem kan stabiel zijn en niet crashen. Onduidelijke menu’s en een uitgebreide kennis van HTML zijn hindernissen voor redacteuren  in het gebruik van content management systemen. Wanneer webredacteuren of medewerkers er onvoldoende mee overweg kunnen is dat vergelijkbaar met het restaurant dat een prachtstuk lam had ingekocht.

Het lijkt erop dat de redactie van menuplanner nauwelijks overweg kan met het content managementsysteem. De rommelige opmaak en het gebruik van verschillende lettertypes die elkaar niet aanvullen zie ik als grof gesneden, ongare stukken lam die mij geserveerd worden.

3. Op de “looks and feels” van een restaurant

Na de kwaliteit van de ingrediënten en vaardigheden van de keuken tot slot het derde punt waarop beoordeeld wordt: het interieur, de sfeer en de bediening. Sommige sites hebben een interessante animatie die start zodra de website geladen is. Of ze verleiden de bezoeker met een oogstrelende vormgeving, zodat deze verder gaat kijken. Het is duidelijk dat de ontwerper erg gedreven was. Zo gedreven dat de vormgeving niet langer een middel is – het de bezoeker makkelijk de weg wijzen –  maar het doel op zichzelf is geworden.

Ik heb een zwak voor mooi vormgegeven restaurants. Door sommige ten onrechte als “hippe tenten” afgedaan. Over een bepaald restaurant had ik leuke verhalen gehoord en besloot dat ik daar eens wilde eten. Afgelopen week kwam ik er binnen en het eerste wat ik zag waren de kobalt blauw geverfde muren en de subtiele verlichting. We zaten op mooie, zwart geverfde glanzend houten stoelen aan eveneens zwart geverfde tafels. Het was redelijk druk zonder dat het indruk gaf dat je op de zaterdagmarkt terecht was gekomen. Ik keek verwonderd om mij heen. We hadden eigenlijk wel zin in een verfrissend biertje. Helaas kregen wij geen aandacht van het personeel. Zaten we in de verkeerde hoek? Moesten we soms bestellen aan de bar, zoals in sommige eethuizen gebruikelijk is?

Bezoekers komen op een website binnen en worden verwelkomd met prachtige animaties en oogstrelende vormgeving. Wanneer dit voorbij is  (ja, ze hebben er van genoten), willen ze naar de content. Dat blijkt niet zo makkelijk.  Het bedrijf vergeet dat hij al de aandacht van de bezoeker heeft. Via een zoekmachine is de interesse gewekt  en daarom is er doorgeklikt. Nu komt de bezoeker om iets te doen. En hij wil zo makkelijk mogelijk het antwoord op zijn vraag vinden. Dus geen arty opmaak die het hem moeilijk maakt, zoals donkergrijze letters op een zwarte achtergrond, omdat het zo mooi staat.

Neem de website van restaurant Luce bijvoorbeeld. Dit restaurant werd mij aangeraden. Voordat ik er naartoe ga wil ik graag zien wat er op de menukaart staat. Wanneer ik vanuit Google doorklik start er gelijk een animatie ondersteund met geluid. Wanneer dit voorbij is, opent de site met een mogelijkheid om te reserveren en een link die verwijst naar de lokatie.  Een beschrijving van de sfeer van het  restaurant, volgens welke keuken er gekookt wordt en een menukaart zijn niet te vinden.

Hier is het restaurant vergeten dat veel bezoekers al door het doorklikken aandacht hebben voor zijn site. Loftrompetters zijn niet nodig. Gasten komen in de eerste plaats naar een  restaurant komen om te eten. Vertel ze daar iets over. Later geef je ze de mogelijkheid om te reserveren.

Vraag in het vervolg waar jouw klant voor het laatst gegeten heeft en de rest volgt vanzelf

Een restaurantcriticus herkent niet in fractie van een seconde een goed restaurant. Een fraaie gevel vertelt niet dat dit restaurant matige gerechten serveert en dat de bediening te snel jouw tafel afruimt. Aan de andere kant zegt een onopvallende gevel niets over de creatieve kaart die het voert en ontspannen sfeer die er heerst. Je moet het ervaren en als het levert wat je verwacht, dan kom je terug.

Zo is het ook met websites. Helaas wordt bij het opzetten van een website of een redesign te veel naar het  naar het derde criterium gekeken, vervolgens naar het tweede en dan pas het eerste.Vraag in het vervolg aan de marketing&communicatiemanager (of welke beslisser dan ook) waar hij voor het laatst gegeten heeft. Wat zijn oordeel was en waarom. Je zal zien dat  hij dan snel met het eerste criterium komt. Als je hiermee begint wordt het online proces veel duidelijker.

Dit artikel verscheen eerder in gewijzigde vorm op frankwatching

→ Leave a CommentCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , , , ,

Waarom LUX minder abonnees op zijn nieuwsbrief krijgt met deze flyer (of: wat doet mijn doelgroep?)

maart 11, 2009 · Laat een reactie achter

kaart om abonnee te worden van de nieuwsbrief LUX Nijmegen

kaart om abonnee te worden van de nieuwsbrief LUX Nijmegen

“Voor welke doelgroep is deze flyer gemaakt?” vroeg ik mij af toen ik deze flyer op de balie van de kassa bij filmhuis LUX zag liggen.

Op de voorkant  in een schreefloze letter staat er: “De digitale filmnieuwsbrief van LUX ontvangen?” met op de achtergrond een still uit Good Night And Good Luck. Draai je de kaart om dan kan ik mij op een aantal nieuwsbrieven abonneren. Om dit te regelen kruis ik aan welke er van mijn interesse hebben. Vul mijn emailadres in en lever ‘m in bij de Kassa.

Dat de flyer voor meer abonnees op de digitale nieuwsbrief van ’s lands grootste filmhuis moet gaan zorgen is duidelijk maar gaat dat ook gebeuren?

Aanmelden voor de digitale nieuwsbrief met paard en wagen

De flyer ligt nu al een tijdje op mijn bureau. Ik denk steeds: wat een werk bezorgen ze zichzelf en wat een kansen laten ze liggen. Wat gebeurt er? Ik geef de ingevulde flyer bij de kassa af. Daar gaat hij vervolgens in het postvak “kantoor”. Met de overige post komt dit de volgende dag bij de administratie. Hier wordt vervolgens de post gesorteerd naar afdeling. De flyer komt met de overige post bij de afdeling Publiciteit. Daar wordt de flyer apart gelegd op een stapel. Eén keer per week, het is een ideaal vrijdagmiddagklusje, worden de nieuwe abonnees verwerkt.

Het lijkt wel of de tijd heeft stil gestaan. En dat heeft het ook. Net als vroeger schrijf ik eerst al mijn gegevens op die later door een medewerker weer worden overgenomen. Voor een digitale nieuwsbrief verwacht je dat je, je digitaal moet opgeven. Waarom is hier niet voor gekozen? Voor de doelgroep die digitaal actief is ontstaat de indruk dat LUX weinig digitaal inzicht heeft: het zo omslachtig. De doelgroep die nauwelijks digitaal is, zal door de flyer niet warm worden voor de nieuwsbrief. Email gebruiken ze nauwelijks. De papieren weekfolder is net zo makkelijk. Zo wordt het moeilijk om met een “makkelijk” ingezet medium resultaat te bereiken.

Waarom het grote voordeel van een  flyer ook een nadeel kan zijn

Flyers worden door iedere organisatie groot of klein gebruikt omdat ze een goedkoop en gemakkelijk middel zijn om aandacht te vragen. Een nieuw geopende winkel twee straten verderop, een 90’s revival feestje vanavond in het lokale poppodium of die nieuwe film over twee meisjes in Barcelona. Flyers kunnen eenvoudig en snel gedrukt en verspreid worden. Zorg gewoon dat je strategische punten op een beurs of in een drukke winkelstraat op zaterdag staat. Er komen genoeg mensen langs bij wie je ze in de hand kan drukken. En is het voor de ontvanger niet interessant, misschien is het voor een vriend wel relevant. De flyer wordt dan doorgegeven zonder dat maker er moeite voor doet. Flyers hebben weinig tekst en moeten zo nieuwsgierigheid oproepen.  Om je even te laten omlopen naar die nieuwe winkel waar ze kekke t-shirts verkopen. Vanavond weer eens los te gaan op Smells Like Teen Spirit bij dat 90’s feestje. Of een nieuwsbrief willen ontvangen. Jij moet overtuigd worden om de volgende actie te ondernemen.

Waarom nieuwsbrieven veel gebruikt worden (niet in de eerste plaats voor de lezers)

LUX in Nijmegen heeft een bijzondere positie. Het heeft als grootste filmhuis in Nederland titels in zijn programmering die maar in enkele andere filmhuizen draaien. Je zou er anders voor naar Amsterdam moeten gaan. De kans dat een nieuwe titel hier gaat draaien, is dus groot. Natuurlijk heeft LUX een nieuwsbrief. Het is een goedkope en makkelijke manier om contact te onderhouden met jouw bezoekers. Bezoekers hebben zelf hun mailadres opgegeven, waarmee ze aangeven dat ze geïnteresseerd zijn in LUX’ aanbod. Een ander voordeel is dat de nieuwsbrief digitaal is. Daarmee kunnen ontvangers hem naar veel meer vrienden doorsturen. Daarmee bereikt LUX nog meer mensen.

Meer flyers meer nieuwsbrieflezers?

Eens in de drie maanden kijkt het hoofd van de afdeling Publiciteit naar de cijfers. Binnenkort is er weer een bespreking met de directie over budgetten. Het hoofd tuurt naar de aantallen. “Wat kan ik er aan doen om betere resultaten te behalen zonder dat het extra geld vraagt?”Als ik veel nieuwsbriefontvangers heb, dan is dat een positief teken. “Hoeveel lezers heb ik?”  Het hoofd pakt de tabel erbij. Dat aantal kan best omhoog als ik dat vergelijk met het aantal bezoekers dat we jaarlijks hebben. “Hoe kan ik dat snel en gemakkelijk omhoog stuwen?” Een paar weken later lag er een glossy flyer bij de kassa.

Waarom de flyer onvoldoende werkt

Hoe ik mij moet aanmelden voor de nieuwsbrief LUX Nijmegen

Hoe ik mij moet aanmelden voor de nieuwsbrief LUX Nijmegen

Het idee om met een flyer meer nieuwsbrief ontvangers te krijgen is in de uitvoering niet geslaagd. Door mensen  al op de flyer emailadres en gewenste nieuwsbrieven te laten opschrijven mis je een aantal kansen. Met overnemen van de emailadressen van de flyer kunnen typefouten gemaakt worden. De nieuwsbrief zal daardoor nooit aankomen. Het aantal foutmeldingen (‘fail to deliver’) zal stijgen. Bezoekers zullen het inschrijven gemakkelijk uitstellen: “dat komt de volgende keer wel weer”. De flyer maakt niet nieuwsgierig, het roept niet om nú actie te ondernemen. Hoe kan de flyer dan wel gebruikt worden om mensen makkelijker aan te zetten tot het abonneren op de nieuwsbrief?

Laat de actie plaats vinden op jouw site

Beperk de informatie op de flyer en wijs naar lux-nijmegen.nl om zich daar in te schrijven. Dit heeft een aantal voordelen. De beperkingen van het flyerformaat gelden niet op internet. Er is ruimte genoeg om mensen te overtuigen dat ze de nieuwsbrief willen ontvangen. Op de aanmeldpagina vertel je welke nieuwsbrieven aangeboden worden. Welke voordelen het ontvangen heeft. Wat er in de nieuwsbrief te lezen staat. Geef hierbij ook een link naar eerder verschenen nieuwsbrieven. Of alleen de laatste. Jij koopt toch ook geen boek als je ‘m niet kan inkijken? Nu ze toch op de aanmeldpagina zijn, maak duidelijke links naar het programma. Dat doet Rialto goed. Maak gebruik van de mogelijkheid om ze erop te wijzen dat er voor de regulier bezoeker kortingen mogelijk zijn. Iedere bezoeker is immers geïnteresseerd in korting.

Dan weet ik nog beter wie mijn bezoeker is

LUX’ grote voordeel om mensen naar hun site te leiden is: meetbaarheid. Online kan er heel veel gemeten worden. Welke pagina’s zijn het populairst? Welke pagina’s worden daarna bezocht? Welke worden nauwelijks bezocht? Door dit goed te onderzoeken. Ontdek wat jouw bezoekers komen doen en speel daar gericht op in.  Dit geeft vervolgens de mogelijkheid om veel beter te zien of de inspanningen resultaat hebben gehad. Deze cijfers kan het hoofd gebruiken bij budgetbesprekingen die eens in de drie maanden worden gevoerd. Om dit te bereiken, zal je wel elke mogelijkheid moeten gebruiken om mensen naar jouw site te trekken. Er had beter meer aandacht besteed kunnen worden aan het goed instellen van een analyseprogramma dan aan het laten maken van een flyer.

Bereik meer nieuwsbrieflezers door elk middel in te zetten

Het kiezen van glossy flyer kan een keuze zijn: het heeft bijvoorbeeld een grotere uitstraling. Een grote misser vind ik dat er in de weekfolder geen enkele verwijzing staat naar de nieuwsbrief. Die folder wordt verspreid door de hele stad en iedere geïnteresseerde, digitaal of niet, leest ´m. (Mogelijke) bezoekers willen immers weten wat het filmprogramma is. Wanneer hun film draait. Is daar over na gedacht voordat de flyer ontworpen en gedrukt werd?

→ Leave a CommentCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , ,

Hoe maak ik van bloemkool winter comfort food?

januari 21, 2009 · Laat een reactie achter

Dit is wat mij altijd zo verbaast. Voor mij staan bepaalde landen voor een bepaalde manier van koken met producten die zo’n land karakteriseren.  Zo denk ik bij artisjokken aan Frankrijk en bij tomaten aan Italië en cranberry’s aan Amerika. Bij Nederland denk ik aan bloemkool. Als ik in het buitenland door de Hypermarché loop om inkopen te doen ben ik verrast daar bloemkool aan te treffen. Het is nou niet de groente die mij doet denken dat ik in Frankrijk ben. En ik wil er ook niet aan bloemkool denken. Slechte herinneringen, dat is het.

Verlangen naar comfort food

De afgelopen weken was het echt winter. Het kwik trok zich terug onder de 0 graden C. en we hadden sneeuw. En meren bevroren. De Hema rook naar erwtensoep en rookworst. Op zulke momenten verlang ik naar “comfort food”. Robuuste maaltijden die je verwarmen en vullen. Niet die verfijnde  Ravioli gevuld met kreeft en een saus van champagne,  maar iets met grove structuur en volle smaken. Iets wat je een goed gevoel geeft en je versterkt.  Denk eens aan warme chocolademelk met slagroom na een lange wandeling door een besneeuwd bos. Comfort food gaat niet over subtiliteit, maar is het verlangen naar eenvoudige en vertrouwde smaken. Vaak waren die in je kindertijd ook een succes.

In de winter kun je kiezen uit kool en kool

Wanneer ik over de markt loop, overheersen de kolen het groente aanbod. Naast de rode en witte kool ligt daar prominent de bloemkool. De populairste van de drie in Nederland.   Bloemkool is zo winters Nederlands. Opgegroeid met de Hollandse pot, stond het regelmatig op het menu in mijn kinderjaren. Maar om dit nú mijn comfort food te noemen?

Ik herinner mij dat er rond een uur of vijf een duidelijk herkenbare koollucht zich door het huis verspreidde. Enkel die koollucht doet je niet verlangen naar een bord met warm, nog dampend voedsel op een koude dag. Wanneer het 6 uur is en je aan tafel schuift, schep je op je bord zachte bloemkool met aardappelen en een gehaktbal. Enkel bloemkool heeft geen duidelijke, onderscheidende smaak. Het heeft iets nodig. Dus kwam er een witte saus over (op basis van bloem) met wat nootmuskaat.

Echt goede vrienden werden de bloemkool en ik niet. We verloren elkaar een beetje uit het oog. Maar vergeten was ik Hollands populairste niet. Ik neem niet zo maar afscheid voordat ik deze groente op diverse manieren heb bereid.

Hoe Hollands is bloemkool? Waar komt bloemkool vandaan?

Er is weinig Nederlands aan de bloemkool. De herkomst van de bloemkool ligt in het (verre) oosten. In de tijden van de grote handelsroutes (13e eeuw) lieten de Arabieren het Middellandse Zeegebied kennismaken met deze groente. Door de handel tussen de diverse Europese landen kwam de bloemkool naar noordelijk Europa. Aan het hof van de Franse koning Lodewijk de XIV (18e eeuw) werden de witte roosjes regelmatig geserveerd, overdekt met een witte roomsaus met nootmuskaat (!)
Nog steeds zitten wereldwijd de grootste verbouwers van bloemkool in het verre oosten:  India en China. In Europa zijn  Spanje, Frankrijk en Italië de grootste producenten .  In Nederland (Noord-Holland) wordt bloemkool verbouwd welke vanaf april tot december verkrijgbaar is. Ook al is de bloemkool het hele jaar verkrijgbaar, blijft het toch een echte wintergroente. In de winter worden veel bloemkolen ingevoerd uit Frankrijk en Italië.

Waar let ik op als ik bloemkool koop?

Elke winter wanneer hij daar op de markt of in de winkel zo nadrukkelijk aanwezig is. Afwisselend bij de ene danwel de andere in de aanbieding. Hij vraagt erom gekocht te worden. Maar let je op bij aanschaf ? Zo moet hij een heldere romige witte kleur hebben, zonder donkere plekken. De roosjes moeten compact op elkaar aangesloten zijn. Wanneer ze uit elkaar gegroeid zijn, kan dat een teken zijn dat de bloemkool al wat ouder is.Een verse bloemkool voelt zwaar aan en heeft helder groen blad aan de onderkant. Dat lekker knackt als je het afbreekt. Is dit groen weggesneden, dan is dat voor mij een teken dat bloemkool al wat langer ligt. Een bloemkool is ongeveer een week goed houdbaar in de groentela. Soms blijft er nog stuk bloemkool bij mij over. De roosjes zijn slapper geworden en ruiken ook kooliger. Ik pureer ze en maak er een soepje van.

Het bereiden: hoe kook ik bloemkool?

Bloemkool wordt nog steeds te lang gekookt waardoor hij te zacht wordt. En dan ook nog eens ruim overgoten met een room- of kaassaus (op basis van Gouda). Dat is jammer want hij verdient meer en kan zeker comfort food worden. Anders bereid dan mijn moeder het zou doen, maar wel vanuit het idee van eenvoudige smaken kan er meer.

Ook al ben ik in de zomer in Frankrijk en is bloemkool niet waar je op dat moment, in dat land aan denkt, ben ik nieuwsgierig wat die Fransen er mee doen. Zeker als het “gewoon” leverbaar is. Op die vrije momenten wanneer je de stad in kunt gaan, bezoek ik de boekhandel of grote Fnac en duik in de kookboeken. Maar voordat ik in mijn enthousiasme doorschiet, eerst: hoe maak je bloemkool klaar?

Je begint met het verwijderen van de groene bladeren aan de onderkant. Dat kan gemakkelijk door hem kort aan de wortel af te snijden. Snij ‘m van boven door het midden naar beneden. Elk deel middel je nogmaals.  Je kan nu gemakkelijk de stam verwijderen, het harde deel dat de roosjes bijeenhoudt. Verwijder ook de bladeren die er nog zitten. Je hebt nu de roosjes over. Je kan ze koken in ruim water met wat zout voor ongeveer 8 minuten. Het kan zijn dat ze nog niet gaar zijn en nog wat langer nodig hebben. Test daarom regelmatig. Prik  met de punt van een mes in in de steel. Kun je er doorheen dan zijn ze gaar. Meer smaak krijgt de bloemkool als ze gekookt worden in melk (ik gebruik volle). Je kan bloemkoolroosjes ook bestrijken met olie en in de oven bakken.

Wat doe ik met bloemkool: de transformatie van Hollandse pot naar verwennerij

Bloemkool houdt niet van zachte, subtiele smaken. Hij gaat ze overheersen. Daarom voelt bloemkool zich aangetrokken tot volle, romige kazen zoals Gouda of Gruyère. Het nootige samen met het aardse. Voor wat extra crunch voeg ik er wat geroosterde hazelnoten aan toe (dat is wat ik van de Fransen leerde).

Soep is een ultieme comfort gever. Eenvoudig en verwarmend.  Bloemkool can do that! Sla een gemiddeld Frans kookboek open en  ze noemen bloemkoolsoep met blauwe kaas (Roquefort of Bleu d’Auvergne).  In een grote pan smelt je boter waar je grof gesneden ui aan toevoegt. Vervolgens de bloemkoolroosjes, wat takjes verse tijm en wat laurier. Onderzetten met kippenbouillon en dan ongeveer tien minuten langzaam laten koken totdat de bloemkool heel zacht is. Voeg er crème fraîche aan toe en laat de blauwe kaas erin smelten. Haal daarna de takjes tijm en het laurierblad eruit. Maak van de soep in de blender een gladde massa. Schenk de soep terug in de pan en warm het door. Proef of het zout en peper nodig heeft. Done!

Wil je indruk maken op vrienden, kennissen die veel naar “Wie is de Chef” kijken? Regelmatig serveren de koks hier coquilles.  Coquilles worden in Nederland gewoon St. Jakobsschelpen genoemd. Ze zijn duur en daardoor exclusief. Dit schelpdier combineert heel goed met bloemkool. Maak er puree van op dezelfde manier als je de soep bereidt. Neem een beetje puree en leg daar zo’n kort in boter gebakken scheldiertje op.

Italië is ook zo’n land waar veel bloemkool verbouwd wordt. Hier combineren ze het met een krachtige tomatensaus waarin zwarte olijven, kappertjes, knoflook en ansjovis zijn verwerkt. Snijd de bloemkoolroosjes klein. Bak ze enkele minuten in hete olijfolie in een ruime koekenpan aan.  Voeg de fijn gesneden knoflookteen hieraan toe. Meng het uitlekvocht   van de tomatenblokjes (uit blik) met wat tomatenpuree. Dit gaat ook in de koekenpan. Afgedekt zachtjes zo’n 8 minuten laten koken.  Daarna volgen de tomatenblokjes, de fijngesneden ansjovis, kappertjes en olijven. Schenk er wat water over en laat het geheel  sudderen tot er een saus ontstaat. Gebruik voor deze saus een pasta met ribbels, penne bijvoorbeeld.

Een bepaalde tijd is het hip geweest om rauwe groente met een dip te serveren. Ook de bloemkool was van de partij. Zelf vind ik dat niet zo’n succes. Wat beter werkt is, is hoe ze het in India doen.  Ze halen de roosjes door een beslag en frituren ‘m kort. Vervolgens worden de roosjes bestrooid met een spicy kruidenmix en gaan ze kort de oven in. Heerlijk en zo vol “comfort”…

Nu waardeer ik de bloemkool weer

Eigenlijk is bloemkool niet zo Nederlands als ik dacht. Het zijn landen als Frankrijk en Italië die ze grootschalig verbouwen. Met hun bereidingswijzen  heb ik de bloemkool weer teruggevonden. Het levert een andere manier van koken op. Wanneer ik in de winter behoefte heb aan comfortfood dan negeer ik de bloemkool niet meer. Ik denk niet aan die jeugdherinneringen maar geniet van de voldoening die het geeft als ik bloemkool, new style eet. En ook nog eens ideaal wanneer je op weinig te besteden hebt en voor geen geld op de markt of in de supermarkt aantreft.

Update 9 februari:

In The Times vandaag een artikel over de dalende populariteit van bloemkool: “‘the cauliflower was a staple part of the British diet, from cauliflower cheese to an essential accompaniment to a Sunday roast”.  Zijn plaats wordt overgenomen door de Broccoli.  Als reden noemt The Times: “Since the early 1990s when broccoli made its mark in the business it has knocked cauliflower from its perch, possibly because of broccoli’s superfood reputation”.  Ik denk dat, dat maar een deel van het verhaal is. Broccoli is ook sneller te bereiden en heeft een “zoetere” smaak.

Update 11 februari:

Ook een andere Britse krant, The Observer, vraagt zich af waarom bloemkool minder op tafel komt.  “Growers believe that many people have simply forgotten how good caulis are and want to encourage us to give them another try.  It is one of the few vegetables that can be grown in Britain year round, so by buying it consumers can help the British economy and its farming industry, and cut out some food miles”. Hier heeft The Observer zeker een punt dat ik graag onderschrijf. In de comments onder het artikel vind je  suggesties hoe je bloemkool op vele andere manieren kan bereiden. Met hummus bijvoorbeeld.

→ Leave a CommentCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , , , ,

Een goed 2009!

januari 2, 2009 · Laat een reactie achter

Dank je voor jouw tijd en aandacht voor mijn blog het afgelopen jaar. Zonder jou, zou bloggen minder leuk zijn. Dus dank dat je mij leest, dat je reageert. Hierdoor word ik gemotiveerd om door te gaan met schrijven van artikelen om je te vermaken en te inspireren.

Bas

→ Leave a CommentCategorieën: Uncategorized

Wat ik zeg als er op een borrel wordt gevraagd: wat doe jij? (directors cut)

december 6, 2008 · Laat een reactie achter

Een blog proef je door de onderwerpen die het behandelt, de invalshoek en de schrijfstijl. Sommige vind je te zoet. Andere zijn te scherp gekruid of hebben een smaak waar je erg aan moet wennen. Om de smaak van CourgetteEncommunicatie te categoriseren schreef ik eerder waarom mijn artikelen lang zijn.

Gerechten, net als de artikelen hier, krijgen  betekenis als je meer weet over de achtergrond van de kok. De recepten van Jamie Oliver bijvoorbeeld zijn zo populair omdat ze eenvoudig te bereiden zijn en bijzonder pukka . Wat hij eigenlijk doet is klassiekers ontdoen van ingewikkelde kookprocessen om zo het essentiële over te houden.  Als je dat eenmaal weet, ga combinaties in recepten herkennen. Over mijn stijl van koken heb ik in eerdere artikelen geschreven. Maar over  communicatie, daar waarin ik ben opgeleid, bleef je tot nu toe in het duister. Dit artikel is als het licht van de zonsopgang op een vroege morgen (vergeef mij deze goedkope vergelijking). Je krijgt zo een inzicht  vanuit welke achtergrond ik schrijf.

Waarom wordt er altijd gedacht dat als je “iets” met internet doet, je websites bouwt? Dat je programmeert?

Ik kijk, luister, lees, schrijf veel op internet.  Sommige series volg ik via Uitzending Gemist in plaats van de televisie, waar ze oorspronkelijk voor gemaakt zijn. Ik schrijf dit blog en plaats reacties op andere blogs . En lees waarschijnlijk meer online dan vanaf papier. Maar betekent dat, dat ik vroeger graag computers open schroefde om te zien hoe ze werken? Of dat ik  enthousiast  word als ik onder de motorkap van een site kijk en allerlei “waanzinnige” codes zien? Opvallend veel grote namen in de online wereld hebben wel zo’n verleden.

Ik zal het maar gelijk bekennen: ik heb geen zwak voor technologie. Mijn eerste internetervaring in het midden van de jaren negentig kwam door mijn nieuwsgierigheid. Waarom waren bepaalde pc’s op de faculteit populairder dan al die anderen? Verstopt onder de startknop van enkele computers zat toegang tot internet. In eerste instantie klikte ik wat rond.
Toen ik eind jaren ‘90 voor langere tijd naar de USA ging, gebruikte ik internet om tips te vinden, aanvullingen op mijn Rough Guide. Zo vond ik op een site een boekje met handige budgettips en dat voor nog geen 5 dollar. Kopen op internet was nog erg onbekend, laat staan in Nederland. En deze site was meer een advertentie dan een webshop. Om toch het boekje te ontvangen, stopte ik 5 dollar in een enveloppe en stuurde dat op. Als er niets gebeurde was ik maar vijf dollar kwijt, dat risico wilde ik wel nemen. Verrast was ik toen naar een week of zo een pakketje uit de VS op de deurmat lag.
Voor veel mensen is internet nog steeds zo. Veel techniek en een verassing wat er gaat komen.

Communicatie is mijn vak, niet Informatie Communicatie Technologie

Op verschillende manieren kan je “iets met internet” doen.

In de eerste plaats kan dat “iets”met techniek zijn. Zo’n website moet werken. Dus zijn er programmeurs die sites bouwen. Ze houden van techniek. Vooral de nieuwste techniek. Dat een website niet geopend kan worden omdat je niet de nieuwste versie van de gebruikte software hebt, dan is dat is jouw probleem.

In de tweede plaats is dat de ontwerper. Hij zorgt er voor dat de website een “smoel” krijgt. Oogstrelend en verrassend moet het worden, een ontwerper wil aan de buitenwereld laten zien wat hij kan. Dat dit ten koste gaat van de tijd die nodig is om de pagina te laden, is van ondergeschikt belang.

In de derde plaats is er de (online) marketeer. Hij denkt aan geld verdienen. Zo’n website moet wel z’n investeringen opbrengen. De bezoekersaantallen moeten omhoog. Veel bezoekers over de vloer is veel succes hebben. En vertaalt zich weer in geld, geld! Een eerste positie in de zoekresultaten van Google gaat daar voor zorgen. Denkt hij.  Mensen klikken altijd op het eerste zoekresultaat dat er verschijnt. Is zijn overtuiging. Maar dat de bezoekers na twee seconden weg zijn omdat ze niet kunnen vinden waar ze naar zochten, ontgaat deze online marketeer.

Wat deze drie onvoldoende inzien is dat een website er niet voor een bedrijf  is maar voor zijn doelgroep(en). Bezoekers komen op jouw website omdat ze verwachten een antwoord te vinden op hun vraag. Wanneer ik zoek op “aanbieding fiji eilanden” dan wil ik goedkope reizen vinden. En niet op een algemene pagina belanden waar ik maar moet zoeken naar die aanbieding. Het bedrijf wil dat de bezoekers door hun van te voren bedachte actie gaan ondernemen. Een blog wil meer abonnees, een webshop meer CD’s  verkopen, en een non-profit organisatie meer donateurs.

Nog steeds zie je dat bedrijven te veel van vanuit zichzelf redeneren en het  daardoor de bezoeker niet gemakkelijk maken. Door bijvoorbeeld jargon te gebruiken die voor het bedrijf gebruikelijk is maar bezoekers niet zullen begrijpen. Een vacature plaatsen als pdf  in plaats van de  vacature volledig te publiceren waarbij de mogelijkheid wordt geboden deze als pdf te downloaden. Help jouw bezoekers om jou te helpen jouw doelstellingen te halen. Dat is wat ik doe.

Waarom op een Service afdeling beginnen goed is voor een communicatieprofessional

Mijn eerste baan na mijn studie Communicatiewetenschap had geen  marketing of communicatie in de functietitel. Na mijn terugkeer uit de Verenigde Staten wilde ik zo snel mogelijk een baan. Ik moest wel: de hoge dollar had mijn guldensrekening flink doen slinken.
Die baan kreeg ik op een service afdeling bij een grote bank. Alle vragen, klachten die het call-centre niet kan beantwoorden kwam op deze afdeling terecht.

Voor veel bedrijven is service een kostenpost. Ze moeten wel maar als er ergens op bezuinigd kan worden dan is het de serviceafdeling. Het brengt gewoon weg geen geld op. Er wordt  hevig geïnvesteerd in advertenties, commercials, folders enzovoort. Mensen warm maken met je product. Ze continue in contact brengen met jouw aanbod. Op deze manier een  relatie met ze opbouwen (zo noemen wij  communicatieprofessionals dat).

Waarschijnlijk is de service afdeling de enige die écht in contact komt met klanten. Het is communicatie in de frontlinie. Hier kreeg ik te horen hoe de producten worden gewaardeerd. Wat er mis gaat. Wat er beter kan. Wat een bedrijf doet in plaats van zegt. Uit goede service blijkt dat een bedrijf zijn klanten waardeert in plaats van het alleen maar te roepen in reclame uitingen. Goede service zorgt voor vertrouwen. Een belangrijke voorwaarde om een “relatie” aan te gaan of te verbreken.
Dat is wat ik hier leerde.


Hoe mij dat heeft geholpen om websites te verbeteren

Net als Service lijkt het erop dat websites door veel bedrijven en organisaties als kostenpost worden gezien. Er moet een website zijn want “iedereen zit op internet”. Maar zodra deze online staat wordt er gedacht dat hij af is. Helaas.

Een website wordt niet alleen beter door er steeds nieuwe content (tekst, beeld) op te zetten. Door het bezoek te analyseren, krijg je informatie waarom mensen naar jouw site komen.
Welke pagina’s zijn populair, via welke zoekwoorden belanden bezoekers op jouw site?  Heeft dat tot het gewenste resultaat geleidt: zijn die pagina’s ook bezocht waarop die informatie staat?  Bedrijven die een website hebben om alleen maar aanwezig te zijn, zullen hier geen aandacht aan besteden. Slimmere bedrijven die site zien als een middel om een betere relatie op te bouwen zullen dit wel interesseren.

Regelmatig krijg ik een pop-up waarin gevraagd wordt naar mijn mening. Veel verder dan wat algemeenheden komen deze onderzoeken niet: wat vind ik van de vormgeving, wat vind ik van de teksten?

Wat ik mis is de diepgang. Vanuit service achtergrond zou ik als communicatieprofessional dieper in gaan op de ervaring die bezoekers hebben met de site.  Dan kom je op vragen als: is de site snel geladen? Heb je gevonden wat je zocht? Was dit makkelijk te vinden? Hoe komt dat? Wat zou je willen dat wij verbeteren? Ga de conversatie aan. En wees er ook bewust van wat de gevolgen van jouw acties zijn op de beeldvorming.

De tijd dat ik op een serviceafdeling werkte heeft invloed gehad op de manier waarop ik kijk naar communicatie. Ook in latere functies waarin wel communicatie in de titel zat. In komende artikelen zal ik laten zien hoe dat werkt.

→ Leave a CommentCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , , , ,

Een kijkje in de keuken van CourgetteEnCommunicatie: Waarom langere teksten beter werken

oktober 14, 2008 · 2 Reacties

Zeg, CourgetteEnCommunicatie waarom zijn jouw teksten zo lang?

Het zal de regelmatige lezer van CourgetteEnCommunicatie zeker zijn opgevallen. Daarom is het ook een begrijpelijke vraag. De overvloed aan informatie die elke dag op je afkomt wil je op een bepaalde manier onder controle houden. Maar om dit te doen aan de hand van het aantal woorden is wel erg eenvoudig.

Een gemiddeld CourgetteEnCommunicatie artikel is 900 woorden lang. Zou dat betekenen dat ik weinig lezer heb? Gelukkig is dat niet zo (dank jullie wel).

Waarschijnlijk is het opgevallen dat mijn artikelen grondig zijn.

Dat ik niet de nieuwste ontwikkelingen papagaai. Daar waarover je eerder op andere blogs gelezen had en beter? Over één van mijn onderwerpen, online communicatie, wordt heel veel geschreven. Grote en kleine blogs echoën elkaar na, zonder er iets aan toe te voegen. Niet hier. CourgetteEnCommunicatie is er ook niet voor de actualiteiten. Over de onderwerpen waar je hier leest, wordt minder gepubliceerd óf ik beschrijf ze met een andere focus.

Uit mijn bezoekersstatistieken blijkt dat dit werkt: artikelen die ik tien maanden geleden heb gepubliceerd, worden nog steeds goed gelezen. Walnoten uit november 2007 en Iens uit mei 2008 behoren tot mijn populairste artikelen.

Lange artikelen geven meer

Waarom zou een artikel dat ik op 20 november 2007 geschreven heb, nog steeds veel lezers trekken? Elke herfst zijn er walnoten verkrijgbaar. Ik schrijf waarop je walnoten kan beoordelen voordat je ze aanschaft. Hoe je walnoten kan bereiden. Uit mijn statistieken blijkt ook dat mensen graag lezen over mijn herinneringen aan Frankrijk. Op de zoektermen ‘Frankrijk en walnoten’ komen ze bij mij langs.

Mensen lezen graag verhalen. En die mogen best lang zijn. Het is niet de lengte maar of ik, als schrijver, er toe in staat ben om mijn lezer door het verhaal heen te trekken. De aandacht weet vast te houden.  Zo vragen mijn teksten niet alleen wat van de lezer maar ook zeker wat van de schrijver. Ik probeer een band met mijn lezers op te bouwen. Lezers gaan dat herkennen en waarderen. Dat denk ik dan, als ik kijk naar het aantal abonnees.

Lage frequentie is op lange termijn beter

Je ziet ook dat het aantal artikelen dat ik per maand publiceer niet hoog ligt. Dit in tegenstelling tot blogs waarop dagelijks meerdere artikelen verschijnen. Het is niet makkelijk om dat tempo bij te houden. Als schrijver maar ook als lezer. Dagelijks lees ik zo’n 90 artikelen, waar enkele blogs bij zitten met een hoge publicatie frequentie. Ik kies er zelf voor, ik weet het. Mijn nieuwsgierigheid en de wil om bij te blijven zorgen er voor dat dit een dagelijkse routine is. Maar ik wil er ook geen uren aan besteden. Zo heb ik bepaalde blogs uit mijn reader gehaald omdat ze té veel publiceren. Het eindigde daarmee dat ik ze opende en er door heen scrolde, alleen maar om ze uit mijn lezer te krijgen. Makkelijker is het om mij uit te schrijven. Dat is ook wat ik gedaan heb. Als lezers bij je weglopen, dan schiet je als blog jouw doel voorbij.

Lange of korte blogteksten?

In de blogwereld bestaat er al een lange tijd een discussie over lange versus korte teksten. Lange teksten zouden niet gelezen worden. Omdat ze er niet uitnodigend uit zien. Mensen lezen niet online, ze scannen. Nee, de teksten moeten kort zijn wil je lezers trekken. Het grote voordeel is dat je ze makkelijk kan opnemen. Het artikel is te overzien.

Eerlijk gezegd: ik heb mij nooit wat aangetrokken van deze discussie. Teksten beoordelen op kort of lang vind ik nogal oppervlakkig. Het gaat niet om veel of weinig letters. Wat het belangrijkste is, betrokkenheid. Zorgen dat je lezers vinden wat ze zoeken. Een band met ze opbouwen door steeds weer verrassende artikelen te publiceren. Dat kan zowel met korte als met lange teksten. Ook al geloof ik dat het met laatste beter werkt….

Een andere discussie gaat over de regelmaat van publiceren. Veelal lees ik dat je twee keer per week moet publiceren om opgemerkt te blijven. Als jouw doel is om meer (nieuwe) bezoekers te trekken, dan zul je dat zeker moeten doen. Maar ik geloof dat voor het publiceren van kwalitatief betere artikelen waarmee je een band met jouw abonnees opbouwt, een lage frequentie beter werkt. Ik zou het mijn lezers niet willen aandoen om mijn artikelen twee keer per week te publiceren. En mijzelf ook niet. Er is meer in het leven.

Wat denken jullie?

→ 2 ReactiesCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , ,

Sperziebonen: de laatste herinnering aan de zomer

september 18, 2008 · 2 Reacties

Voor mij zit het geluk in kleine dingen.

Zoals de zon die net achter de huizen aan de overkant van de straat verdwijnt. De inmiddels inktblauwe lucht verkleurt de bakstenen van de statige huizen, gebouwd  aan het begin van de twintigste eeuw. Of dat meisje met krullend half lang haar dat daar voorbij fietst. Haar zomers jurkje is van een fijne zwarte stof, bijna transparant. Met kleine rode, gele en blauwe bloemetjes die mij doen denken aan de zijde gewaden van Chinese keizerinnen. Het zijn die momenten dat ik het niet kan laten om te glimlachen. Lachen om de mooie dingen in het leven. Die lach was er ook toen ik op de markt bergen sperziebonen zag liggen. De heldere groene kleur van de stevige bonen maakte mij vrolijk. Maar er was meer dan dat.

De uitzonderlijke lage kiloprijs deed mij denken aan die keer dat ik inkopen deed in Frankrijk. Waar ik kookte voor een groep. Niet alleen de beperkte middelen waarmee ik kookte waren een uitdaging, het budget was dat ook. Ik wil leuke gerechten serveren, daarbij is het gebruik van verse en seizoensgebonden producten aan te raden.  Niet alleen zijn ze dan op hun best, ook het grote aanbod zorgt voor een lagere prijs. Andere koks vertelden mij dat ze regelmatig uitwijkten naar de budgetoptie. De budgetoptie heet in mijn hypermarché “éco”. Je zou denken dat het biologisch is: éco als afkorting van ecologisch. Maar ‘éco’ is hier de afkorting van ‘économique’, voordelig dus.

Als wij in de hypermarché binnenkwamen, sturen wij onze “câddies” (winkelwagentjes) het eerst naar de groente & fruitafdeling. En toen moest ik lachen, de zelfde lach die ik eerder beschreef. Grootst uitgestald, over diverse kratten lagen ze daar. Er boven was een geel kartonnen bord geplaatst. In zwarte letters was er geschreven: “Haricots verts origine France 0,99 euro / kilo”. Daar kan een kok met een beperkt budget om lachen.

Het seizoen

Een veelzijdige groente, die sperzieboon. En voor een lage prijs. Heel prettig. Hoe ik ze verwerkte, lees je later. In Frankrijk loopt het sperziebonenseizoen van april tot december. Nederlandse sperziebonen liggen er van juni tot september. Tegenwoordig zijn sperziebonen het hele jaar verkrijgbaar, in de wintermaanden komen ze uit Egypte en Kenia. Grootste exporteurs in EU zijn, in volgorde van grote: Frankrijk, Nederland en Spanje. Het zijn ook deze keukens waar je de meeste bereidingswijzen aantreft. Zoals ik eerder schreef, ben ik opgegroeid met “de hollandse pot”. Dus werden de sperziebonen zeer gaar gekookt. Voor het serveren ging er wat nootmuskaat over. Het is de Franse keuken die mij later zoveel nieuwe manieren van bereiden leerde.

Wat vind ik een goede sperzieboon?

Nu kan ik, met een beperkt budget, vrolijk worden van die lage kiloprijs. Maar als de sperzieboon zijn glorietijd heeft gehad, laat ik ze liggen. Waar let ik op?

De fris groene kleur, dat is het eerste wat ik wil zien. Dan moet de boon stevig aanvoelen wanneer je hem oppakt. En als je ‘m breekt, dan moet je een knak horen. Wanneer de boon niet knakt maar mee buigt, is de boon té oud. De sappen die hem zo lekker maken, zijn opgedroogd.

Hoe kook ik sperziebonen?

In tegenstelling tot doperwten en tuinbonen, waar alleen de bonen eetbaar zijn, is de sperzieboon in zijn geheel eetbaar. Alleen de topjes verwijder je.

Over het koken zijn vele ideeën. Discussies over het aantal minuten, zout vooraf of juist later toevoegen. Interessant om ter sprake te brengen als je aan tafel indruk wil maken met je culinaire kennis. Maar je kan ook gewoon de boon koken. Breng een pan met ruim water aan de kook. De sperziebonen erin. Laat ze enkele minuten, zonder deksel, koken. Voeg nu wat zout toe. Nog even doorkoken en daarna afgieten. Het resultaat is een sperziebonen die stevig en knapperig is gebleven. Laat ze vooral niet te lang koken. Mijn ervaring is dat afhankelijk van de dikte, 3 tot 7 minuten voldoende is. Misschien vind je de kooktijd te kort. Blijf zelf proeven totdat jij ze lekker vind.  Wanneer ze te gaar zijn, weet je als je sperziebonen kan door slikken, zonder je kiezen te gebruiken. Je hebt dan precies de kwaliteit van de ingeblikte variant (éco) bereikt. Een prestatie op zich. Maar dat is niet iets waar ik trots op zal zijn.

Het voordeel van sperziebonen

De kooktijd van een sperzieboon is kort, het is ook nog eens een veelzijdige groente. Daarom glimlachte ik ook in die Franse hypermarché.
Ik kocht voor twee dagen sperziebonen in (en dat was tricky, met beperkte koelruimte en een warme zomer..). De eerste dag serveerde ik de Salade Niçoise. Een klassieker uit het Zuid Franse Nice waar ze gecombineerd worden met tomaten, hardgekookte eieren, tonijn en zwarte olijven. Ansjovis en knoflook erbij voor de smaak. Ik voegde er wat aardappel toe om de salade wat “body” te geven. Ideaal hoofdgerecht voor een zeer warme avond. De volgende dag stond er Couscous met zeven groenten op het menu. Een andere klassieker, deze keer uit Noord-Afrika. Hier ondersteunen de smaken van sperziebonen, pompoen, courgette, paprika, wortel, meirapen, aardappel elkaar, op smaak gebracht met specerijen die de Noord-Afrikaanse keuken typeren: komijn, gemalen koriander, paprikapoeder, gemberpoeder, chilipepertjes en kaneel. Voor de overtuigde vleeseters had ik er stukken lam aan toegevoegd. Maar er zijn zoveel andere mogelijkheden.

Maak een saus met tomaten en knoflook en voeg erop het laatste moment wat garnalen aan toe. Vervang de garnalen door sardines (die kunnen ook uit blik komen, laat ze dan goed uitlekken). Garneer het met fijne gehakte peterselie. Meer into zalm? Serveer de sperziebonen met zalmfilet en aardappelen. Maak voor de zalm een eenvoudige roomsaus. Heel erg Brits.
In de Périgord zag ik op een menukaart sperziebonen met foie gras en een dressing op basis van sherryazijn. Of simpelweg met eendebout en aardappelen.

Om een contrast te bieden aan de frisse smaak, wordt er vaak iets zouts tegenover gezet. Bijvoorbeeld ansjovis (zoals in de Salade Niçoise) maar ook spek of gedroogde ham werken goed. Wil je fancy over komen (oh, ironie), dan wikkel je een bosje sperziebonen in plak gedroogde ham (neem hiervoor prosciutto). De sperziebonen zijn vooraf beetgaar gekookt en de ham is kort in de koekepan knapperig gebakken.

Sperziebonen zie je ook terugkomen in Minestrone, de Italiaanse (Lombardije) groentesoep met bonen. En de pasta primaverra, de pasta met diverse lentegroente als doperwten.

In een ander Frans buurland, Spanje hebben ze een overvloed aan amandelen. Deze noot die tijdens de Moorse overheersing is meegekomen, wordt op vele wijze verwerkt in gerechten. En dus ook met sperziebonen. Rooster de amandelen. Verwarm olijfolie en voeg er wat knoflook en paprikapoeder aan toe. Wanneer de olie deze heeft opgenomen, haal kort de amandelen er door. Kabeljauw maakt een mooie combinatie.

Sinaasappels zijn ook in overdaad aanwezig. Het versgeperste sap kan gebruikt worden voor een saus  over de kip die je serveert bij de sperzieboon. Een eenvoudige saus maak je door in een steelpannetje wat water met suiker te verwarmen. Blijf erin roeren totdat de suiker in zijn geheel is opgelost. Zet het vuur iets hoger zodat het indikt tot een goudkleurige siroop. Het vuur kan nu lager en schenk er de sinaasappelsap bij. Daarna komt een flinke klont boter. Roer dit er rustig door totdat de boter gesmolten is. Klaar.

Nog even zijn de Nederlandse sperziebonen volop verkrijgbaar en voor zo’n lage prijs als ik ze in Frankrijk aantrof. Koop ze nu het nog kan en geniet nog even van de laatste  zomermomenten!

→ 2 ReactiesCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , , , ,

Sony maakt web misdaadserie maar blijf je het volgen? (Plus een tip)

augustus 28, 2008 · Laat een reactie achter

Okay, behalve communicatie en food heb ik nog een onderwerp waarover ik niet uitgepraat raak. Misschien heb je het in de begindagen van mijn blog al gemerkt. En nu kom ik er weer op. Films.

Ik kijk uit naar nieuwe titels. Kan bijvoorbeeld niet wachten totdat de nieuwe Coen brothers uitkomt. Maar zoals in het verleden als ook nu zal ik niet schrijven over nieuwe releases in de bioscoop.  Als ik hier iets schrijf over films dan is er iets aan de hand. Iets dat raakvlakken heeft met food of (online) communicatie. En dat heeft het.

Sony maakt een misdaadserie

Eerder wees ik je hier op korte speelfilms die gemaakt zijn door gerenommeerde filmregisseurs in opdracht van fabrikanten. Dat alleen, is niet bijzonder. Ook dat ze enkel op internet te zien zijn is een opmerkelijke keuze. Lange tijd leek het erop dat bedrijven deze manier van hun merk, hun product onder de aandacht brengen hadden verlaten.

Totdat ik deze week las dat Sony met een zevendelige misdaadserie komt die alleen op internet te zien zal zijn: Coma.
Elke aflevering verschijnt eerst op Crackle.com (Sony’s eigen online video kanaal) waarna het ook via andere kanalen te zien zal zijn, waaronder YouTube.com.

In Coma bestrijden politieman Lennox en burgermeester Hennon de lokale maffia.  In de eerste scènes zien we dat Lennox tijdens een vuurgevecht in een coma raakt. In volgende afleveringen komen we er achter wat daaraan vooraf gegaan is. De hoofdrollen zijn voor Michael Madsen als de politieman en George Hamilton als de burgermeester. Madsen is vooral bekend door zijn rollen in Reservoir Dogs en Kill Bill. Hamilton speelde voornamelijk in televisieseries waarbij hij opvalt door zijn Jetset uitstraling, compleet met zonnebankhoofd. Amerikanen kunnen hem de laatste tijd regelmatig zien in commercials en als deelnemer aan Dancing with the Stars….. ! De credits vermelden P.R. Brown als regisseur. In mijn onwetendheid dacht ik, dat het een alias was. Hoe dom! Het is een muziekvideo regisseur, die voornamelijk met Smashing Pumpkins, Mötley Crüe en Marilyn Manson samenwerkte.

Waarom komt Sony met Coma?

Coma wordt gemaakt om de introductie te ondersteunen van de nieuwe notebookserie Vaio FW met de beeldscherm technologie van de Bravia TV (scherper beeld, heldere kleuren). Ook Microsoft heeft marketingbudget ingebracht: WindowsVista wordt als software aanbevolen.
Met een sterke film op een technisch vooruitstrevende notebook wil Sony de beleving vergroten, zegt het persbericht. Wat ik opmerkelijker vind is dat de nieuwe notebook niet nadrukkelijk aanwezig zal zijn in de zeven afleveringen. Als kijker is dat wel zo prettig. Niets is zo irritant, als een product dat te nadrukkelijk in beeld is. Het komt zo geforceerd over.

Een serie op internet?

Zijn de andere voorbeelden van speelfilms,  Sony kiest er voor om een serie uit te brengen. Wat nu volgt is,  wat dat mogelijk betekent voor het aantal kijkers dat je trekt. (Marketing)communicatie, dus. Beste lezer, denk je: daar kom ik niet voor. Ik wil het resultaat zien. Welnu, ga naar de laatste alinea. Daar staat de link.

Coma wordt uitgebracht als serie en gaat daarmee meer op televisie lijken. Het stuit daarmee op een probleem dat televisie ook heeft: gaan mensen de serie blijven volgen? Mensen moeten blijven herinnert worden dat er donderdag (of welke dag dan ook) een nieuwe aflevering komt. TV doet dat door elke keer promotiespotjes te laten zien tussen haar programma’s.

Hoe gaat Sony dat doen? Internet heeft dan wel het voordeel dat het niet statisch is zoals TV. Afleveringen kunnen bekeken worden op het moment dat het jou uitkomt. Maar, net als zoveel andere mensen, vergeet ik het als ik er niet aan herinnerd wordt.

Wat betreft helpt Sony je niet. Waarschijnlijk verwachten ze dat ik, bezoeker, elke week kijk of er een nieuwe aflevering online staat. Ik lees veel blogs en moet er niet aan denken ze allemaal dagelijks te moeten aflopen om te zien of er “iets nieuws” is. Dat wil ik ook niet met Coma.

Ik ga nu iets vertellen over mijn online mediavolg gedrag. Heel kort maar. En vervolgens wordt het ook wat nerdish. Helaas. Is dat allemaal iets te veel voor je, beste lezer, ga dan naar de laatste alinea waar de link staat naar de eerste aflevering.

YouTube video’s volgen via RSS

Om de vele blogs die ik lees te volgen, gebruik ik RSS.  Een gemakkelijk manier om bij te blijven. Om de serie te volgen, zou mij dat helpen. YouTube biedt de mogelijkheid om een gebruiker te volgen. Je kan dat doen via jouw YouTube account. Eigenlijk ben ik op zoek naar eenvoudige  mogelijkheid om updates te krijgen, via RSS. Volgens mijn browser biedt YouTube dat aan: het bekende oranje blokje kleurt op.  Er zijn wat opties maar de mogelijkheid om een gebruiker te volgen is er niet.

Ik wil weten hoe ik Coma via RSS kan blijven volgen. Op zoek naar een antwoord, kom ik via Google op dit blog . En nu komt het geeky gedeelte: hier staat een code die ik vervolgens aanpas  http://gdata.youtube.com/feeds/api/users/crackle/uploads?orderby=updated en plak deze in mijn RSS lezer. Bij mijn feeds krijg ik nu de melding dat er een nieuwe aflevering geplaatst is. Helemaal goed! Nu kan ik zonder moeite de serie volgen.

Coma op YouTube

Coma lijkt wat betreft stijl op  Sin City. Het roept de sfeer van de Amerikaanse Comics op. Dat is sowieso een trend in de Amerikaanse cinema, wanneer je kijkt naar de recente releaselijst. Daar kan ik dieper op in gaan, maar eerder schreef ik dat anderen dat beter kunnen. Daarom veel plezier met Coma.
Hier is het eerste deel te zien: The Blazer.

→ Leave a CommentCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , , , , , , ,

Journalisten lezen ook frankwatching

juli 1, 2008 · Laat een reactie achter

Vandaag heeft frankwatching.com mijn nieuwe artikel gepubliceerd. Het is een bewerkte versie van een artikel dat eerder hier verscheen.

Later op de dag werd het stuk opgemerkt door een journalist van Bizz , Reed Elseviers’ weblog voor ondernemers. Die het vervolgens aanhaalt in zijn artikel over hoe bedrijven journalisten beter kunnen bedienen als ze publiciteit zoeken.

→ Leave a CommentCategorieën: Uncategorized
getagged: , , , ,